Psalmen
Chapter 143
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Louis Segond 1910
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Louis Segond 1910
1Een psalm van David. Jahweh, hoor mijn gebed, En geef acht op mijn smeken. Verhoor mij om uw trouw En om uw barmhartigheid;
1Psaume de David. Éternel, écoute ma prière, prête l’oreille à mes supplications! Exauce-moi dans ta fidélité, dans ta justice!
2Treed niet in het gericht met uw dienstknecht, Want geen levende is voor úw aanschijn rechtvaardig.
2N’entre pas en jugement avec ton serviteur! Car aucun vivant n’est juste devant toi.
3Zie, de vijand vervolgt mij, En trapt mijn leven tegen de grond; Hij maakt het nacht om mij heen, Als voor hen, die al lang zijn gestorven.
3L’ennemi poursuit mon âme, Il foule à terre ma vie; Il me fait habiter dans les ténèbres, Comme ceux qui sont morts depuis longtemps.
4Zo hangt er een floers voor mijn geest, En mijn hart is ontsteld in mijn borst.
4Mon esprit est abattu au-dedans de moi, Mon cœur est troublé dans mon sein.
5Ik denk terug aan de vroegere dagen, Overweeg wat Gij deedt; Ik peins over het werk uwer handen,
5Je me souviens des jours d’autrefois, Je médite sur toutes tes œuvres, Je réfléchis sur l’ouvrage de tes mains.
6En strek mijn handen naar U uit; Naar U smacht mijn ziel Als een dorstende bodem.
6J’étends mes mains vers toi; Mon âme soupire après toi, comme une terre desséchée. — Pause.
7Verhoor mij toch spoedig, o Jahweh, Want mijn geest gaat bezwijken. Verberg mij uw aangezicht niet, Anders word ik als die in het graf zijn gezonken;
7Hâte-toi de m’exaucer, ô Éternel! Mon esprit se consume. Ne me cache pas ta face! Je serais semblable à ceux qui descendent dans la fosse.
8Laat mij spoedig uw goedertierenheid smaken, Want op U blijf ik hopen! Toon mij de weg, die ik volgen moet, Want tot U verhef ik mijn geest.
8Fais-moi dès le matin entendre ta bonté! Car je me confie en toi. Fais-moi connaître le chemin où je dois marcher! Car j’élève à toi mon âme.
9Verlos mij van mijn vijanden, Jahweh, Want ik neem mijn toevlucht tot U.
9Délivre-moi de mes ennemis, ô Éternel! Auprès de toi je cherche un refuge.
10Leer mij, uw wil te volbrengen, want Gij zijt mijn God; En uw goede geest leide mij op het veilige pad!
10Enseigne-moi à faire ta volonté! Car tu es mon Dieu. Que ton bon esprit me conduise sur la voie droite!
11Jahweh, terwille van uw Naam, Laat mij leven door uw genade, En verlos mijn ziel uit de nood;
11A cause de ton nom, Éternel, rends-moi la vie! Dans ta justice, retire mon âme de la détresse!
12Maar verniel in uw goedheid mijn vijand, En vernietig al mijn verdrukkers: Want ik ben uw dienstknecht!
12Dans ta bonté, anéantis mes ennemis, Et fais périr tous les oppresseurs de mon âme! Car je suis ton serviteur.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.