Psalmen 72
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Louis Segond 1910
1Van Salomon. Geef aan den Koning uw rechtsmacht, o God, En uw gerechtigheid aan den Zoon van den Koning;
1De Salomon. O Dieu, donne tes jugements au roi, Et ta justice au fils du roi!
2Opdat Hij uw volk met rechtvaardigheid richte, En uw misdeelden volgens recht.
2Il jugera ton peuple avec justice, Et tes malheureux avec équité.
3De bergen zullen de vrede brengen, De heuvelen gerechtigheid voor het volk;
3Les montagnes porteront la paix pour le peuple, Et les collines aussi, par l’effet de ta justice.
4Hij zal recht verschaffen aan het volk in verdrukking, De armen helpen, maar den verdrukker vertrappen.
4Il fera droit aux malheureux du peuple, Il sauvera les enfants du pauvre, Et il écrasera l’oppresseur.
5Hij zal leven, zolang de zon blijft stralen, Met de maan van geslacht tot geslacht;
5On te craindra, tant que subsistera le soleil, Tant que paraîtra la lune, de génération en génération.
6Hij zal neerdalen als regen op de beemden, Als een bui, die de aarde besproeit.
6Il sera comme une pluie qui tombe sur un terrain fauché, Comme des ondées qui arrosent la campagne.
7In zijn dagen zal de gerechtigheid bloeien, En een volheid van vrede, totdat de maan niet meer schijnt.
7En ses jours le juste fleurira, Et la paix sera grande jusqu’à ce qu’il n’y ait plus de lune.
8Van zee tot zee zal Hij heersen, Van de Eufraat tot de grenzen der aarde.
8Il dominera d’une mer à l’autre, Et du fleuve aux extrémités de la terre.
9Zijn tegenstanders zullen de knie voor Hem buigen, Zijn vijanden in het stof moeten bijten;
9Devant lui, les habitants du désert fléchiront le genou, Et ses ennemis lécheront la poussière.
10De koningen van Tarsjisj en zijn kusten, Zullen Hem geschenken brengen. De koningen van Sjeba en Seba Zullen Hem hun schatting betalen;
10Les rois de Tarsis et des îles paieront des tributs, Les rois de Séba et de Saba offriront des présents.
11Alle vorsten Hem huldigen, Alle volken Hem dienen.
11Tous les rois se prosterneront devant lui, Toutes les nations le serviront.
12Want Hij zal den arme tegen den rijke beschermen, En den verdrukte, die geen helper meer heeft;
12Car il délivrera le pauvre qui crie, Et le malheureux qui n’a point d’aide.
13Zich over den zwakke en arme ontfermen, En uitkomst brengen aan de misdeelden.
13Il aura pitié du misérable et de l’indigent, Et il sauvera la vie des pauvres;
14Hij zal ze verlossen van druk en geweld, En hun bloed zal kostbaar zijn in zijn ogen;
14Il les affranchira de l’oppression et de la violence, Et leur sang aura du prix à ses yeux.
15Hij zal ze doen leven, en het goud van Sjeba hun schenken, Steeds voor hen bidden, ze iedere dag zegenen.
15Ils vivront, et lui donneront de l’or de Séba; Ils prieront pour lui sans cesse, ils le béniront chaque jour.
16Dan zal er een overvloed van koren zijn in het land, Het zal wuiven op de toppen der bergen; Zijn aren zullen als de Libanon bloeien, En de halmen als het kruid op het veld.
16Les blés abonderont dans le pays, au sommet des montagnes, Et leurs épis s’agiteront comme les arbres du Liban; Les hommes fleuriront dans les villes comme l’herbe de la terre.
17Zijn Naam zij voor eeuwig gezegend, Zolang de zon schijnt, heerse zijn Naam: Alle volkeren zullen zich daarmee zegenen, Alle geslachten der aarde hem loven!
17Son nom subsistera toujours, Aussi longtemps que le soleil, son nom se perpétuera; Par lui on se bénira mutuellement, Et toutes les nations le diront heureux.
18Gezegend zij Jahweh, lsraëls God, Die wonderen doet, Hij alleen!
18Béni soit l’Éternel Dieu, le Dieu d’Israël, Qui seul fait des prodiges!
19Gezegend voor eeuwig zijn heerlijke Naam, Heel de aarde worde vervuld van zijn glorie! Amen, Amen!
19Béni soit à jamais son nom glorieux! Que toute la terre soit remplie de sa gloire! Amen! Amen!
20Einde der gebeden van David, den zoon van Jesse.
20Fin des prières de David, fils d’Isaï.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.