Psalmen 72
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
1Van Salomon. Geef aan den Koning uw rechtsmacht, o God, En uw gerechtigheid aan den Zoon van den Koning;
1A Psalm of Solomon. Give the king Thy judgments, O God, and Thy righteousness unto the king's son;
2Opdat Hij uw volk met rechtvaardigheid richte, En uw misdeelden volgens recht.
2That he may judge Thy people with righteousness, and Thy poor with justice.
3De bergen zullen de vrede brengen, De heuvelen gerechtigheid voor het volk;
3Let the mountains bear peace to the people, and the hills, through righteousness.
4Hij zal recht verschaffen aan het volk in verdrukking, De armen helpen, maar den verdrukker vertrappen.
4May he judge the poor of the people, and save the children of the needy, and crush the oppressor.
5Hij zal leven, zolang de zon blijft stralen, Met de maan van geslacht tot geslacht;
5They shall fear Thee while the sun endureth, and so long as the moon, throughout all generations.
6Hij zal neerdalen als regen op de beemden, Als een bui, die de aarde besproeit.
6May he come down like rain upon the mown grass, as showers that water the earth.
7In zijn dagen zal de gerechtigheid bloeien, En een volheid van vrede, totdat de maan niet meer schijnt.
7In his days let the righteous flourish, and abundance of peace, till the moon be no more.
8Van zee tot zee zal Hij heersen, Van de Eufraat tot de grenzen der aarde.
8May he have dominion also from sea to sea, and from the River unto the ends of the earth.
9Zijn tegenstanders zullen de knie voor Hem buigen, Zijn vijanden in het stof moeten bijten;
9Let them that dwell in the wilderness bow before him; and his enemies lick the dust.
10De koningen van Tarsjisj en zijn kusten, Zullen Hem geschenken brengen. De koningen van Sjeba en Seba Zullen Hem hun schatting betalen;
10The kings of Tarshish and of the isles shall render tribute; the kings of Sheba and Seba shall offer gifts.
11Alle vorsten Hem huldigen, Alle volken Hem dienen.
11Yea, all kings shall prostrate themselves before him; all nations shall serve him.
12Want Hij zal den arme tegen den rijke beschermen, En den verdrukte, die geen helper meer heeft;
12For he will deliver the needy when he crieth; the poor also, and him that hath no helper.
13Zich over den zwakke en arme ontfermen, En uitkomst brengen aan de misdeelden.
13He will have pity on the poor and needy, and the souls of the needy he will save.
14Hij zal ze verlossen van druk en geweld, En hun bloed zal kostbaar zijn in zijn ogen;
14He will redeem their soul from oppression and violence, and precious will their blood be in his sight;
15Hij zal ze doen leven, en het goud van Sjeba hun schenken, Steeds voor hen bidden, ze iedere dag zegenen.
15That they may live, and that he may give them of the gold of Sheba, that they may pray for him continually, yea, bless him all the day.
16Dan zal er een overvloed van koren zijn in het land, Het zal wuiven op de toppen der bergen; Zijn aren zullen als de Libanon bloeien, En de halmen als het kruid op het veld.
16May he be as a rich cornfield in the land upon the top of the mountains; may his fruit rustle like Lebanon; and may they blossom out of the city like grass of the earth.
17Zijn Naam zij voor eeuwig gezegend, Zolang de zon schijnt, heerse zijn Naam: Alle volkeren zullen zich daarmee zegenen, Alle geslachten der aarde hem loven!
17May his name endure for ever; may his name be continued as long as the sun; may men also bless themselves by him; may all nations call him happy.
18Gezegend zij Jahweh, lsraëls God, Die wonderen doet, Hij alleen!
18Blessed be the LORD God, the God of Israel, who only doeth wondrous things;
19Gezegend voor eeuwig zijn heerlijke Naam, Heel de aarde worde vervuld van zijn glorie! Amen, Amen!
19And blessed be His glorious name for ever; and let the whole earth be filled with His glory. Amen, and Amen.
20Einde der gebeden van David, den zoon van Jesse.
20The prayers of David the son of Jesse are ended.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.