Psalmen 19
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. De hemelen verhalen de glorie van God, Het firmament verkondigt het werk zijner handen;
1(19-1) For the Leader. A Psalm of David. (19-2) The heavens declare the glory of God, and the firmament showeth His handiwork;
2De dag roept het toe aan de andere dag, En de nacht meldt het weer aan de nacht.
2(19-3) Day unto day uttereth speech, and night unto night revealeth knowledge;
3Geen taal en geen woorden, Hun stem hoort men niet;
3(19-4) There is no speech, there are no words, neither is their voice heard.
4Toch galmen over heel de aarde hun klanken, Tot aan de grenzen der wereld hun tonen.
4(19-5) Their line is gone out through all the earth, and their words to the end of the world. In them hath He set a tent for the sun,
5Hij heeft voor de zon een tent opgeslagen In het midden der zee; Ze is als een bruidegom, die uit de bruidskamer treedt, Stralend van vreugd als een held, die zijn loopbaan begint.
5(19-6) Which is as a bridegroom coming out of his chamber, and rejoiceth as a strong man to run his course.
6Haar opgang is aan het eind van de hemel, Haar kringloop tot aan het andere eind; Niets blijft verborgen Voor haar gloed.
6(19-7) His going forth is from the end of the heaven, and his circuit unto the ends of it; and there is nothing hid from the heat thereof.
7Jahweh’s wet is volmaakt: een verkwikking der ziel; Jahweh’s gebod betrouwbaar: een wijsheid voor eenvoudigen;
7(19-8) The law of the LORD is perfect, restoring the soul; the testimony of the LORD is sure, making wise the simple.
8Jahweh’s bevelen rechtvaardig: een vreugd voor het hart; Jahweh’s voorschrift onberispelijk: een licht voor de ogen;
8(19-9) The precepts of the LORD are right, rejoicing the heart; the commandment of the LORD is pure, enlightening the eyes.
9Jahweh’s woord zonder smet: voor eeuwig bestendig; Jahweh’s oordelen waarheid: alle rechtvaardig!
9(19-10) The fear of the LORD is clean, enduring for ever; the ordinances of the LORD are true, they are righteous altogether;
10Kostbaarder zijn ze dan goud en edel metaal; Zoeter dan honing en zeem uit de raten.
10(19-11) More to be desired are they than gold, yea, than much fine gold; sweeter also than honey and the honeycomb.
11Ook uw dienaar weet ze naar waarde te schatten: Wie ze trouw onderhoudt, wordt rijk beloond.
11(19-12) Moreover by them is Thy servant warned; in keeping of them there is great reward.
12Maar wie kan al zijn fouten kennen? Vergeef mij ook, die ik me niet ben bewust.
12(19-13) Who can discern his errors? Clear Thou me from hidden faults.
13Maar behoed ook uw dienaar voor zelfoverschatting; Laat die niet over mij heersen! Dan zal ik altijd smetteloos blijven, En rein van grote zonden;
13(19-14) Keep back Thy servant also from presumptuous sins, that they may not have dominion over me; then shall I be faultless, and I shall be clear from great transgression.
14Dan zal het woord van mijn mond U behagen, Met het gepeins van mijn hart, o Jahweh, mijn Rots en Redder!
14(19-15) Let the words of my mouth and the meditation of my heart be acceptable before Thee, O LORD, my Rock, and my Redeemer.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.