Psalmen
Chapter 56
Petrus Canisius Bible, 1…
vs JPS Tanakh (Jewish…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
1Voor muziekbegeleiding; op de wijze: “Een duif van ver verwijderde terebinten.” Een puntdicht van David, toen de Filistijnen hem in Gat gevangen hielden. Ontferm U mijner, o God; want de mensen grijpen mij aan, Bekampen en kwellen mij iedere dag;
1(56-1) For the Leader; upon Jonath-elem-rehokim. A Psalm of David; Michtam; when the Philistines took him in Gath. (56-2) Be gracious unto me, O God, for man would swallow me up; all the day he fighting oppresseth me.
2Mijn vijanden bestoken mij altijd door, Want talrijk zijn mijn belagers.
2(56-3) They that lie in wait for me would swallow me up all the day; for they are many that fight against me, O Most High,
3Maar verre van mij, dat ik ooit zou vrezen; Op U heb ik mijn vertrouwen gesteld.
3(56-4) In the day that I am afraid, I will put my trust in Thee.
4In Jahweh’s belofte kan ik jubelen; Op God vertrouw ik, zonder te vrezen! Wat kunnen de mensen mij doen?
4(56-5) In God — I will praise His word — in God do I trust, I will not be afraid; what can flesh do unto me?
5Ze blijven mij krenken, altijd door, Tegen mij zijn al hun boze plannen gericht;
5(56-6) All the day they trouble mine affairs; all their thoughts are against me for evil.
6Ze loeren en spieden, en belagen mijn hielen, Omdat ze mij naar het leven staan.
6(56-7) They gather themselves together, they hide themselves, they mark my steps; according as they have waited for my soul.
7Vergeld ze hun misdaad, En werp in uw toorn de volkeren neer, o mijn God! In Jahweh’s belofte kan ik jubelen; Op God vertrouw ik, zonder te vrezen! Wat kunnen de mensen mij doen?
7(56-8) Because of iniquity cast them out; in anger bring down the peoples, O God.
8Gij hebt mijn ellende geteld, Mijn tranen in uw kruik verzameld. Hebt Gij het zelf niet beloofd,
8(56-9) Thou has counted my wanderings; put Thou my tears into Thy bottle; are they not in Thy book?
9Dat mijn vijand zal vluchten, als ik U aanroep? Zo weet ik zeker, Dat God met mij is!
9(56-10) Then shall mine enemies turn back in the day that I call; this I know, that God is for me.
10In Jahweh’s belofte kan ik jubelen;
10(56-11) In God — I will praise His word — in the LORD — I will praise His word —
11Op God vertrouw ik, zonder te vrezen! Wat kunnen de mensen mij doen?
11(56-12) In God do I trust, I will not be afraid; what can man do unto me?
12O God, Gij hebt mij uw belofte gehouden, Ik breng U daarvoor mijn dank;
12(56-13) Thy vows are upon me, O God; I will render thank-offerings unto Thee.
13Want Gij hebt mijn ziel behoed voor de dood, Zelfs mijn voet voor het stoten: Opdat ik voor Gods aanschijn blijf wandelen In het licht van het leven. In Jahweh’s belofte kan ik jubelen; Op God vertrouw ik, zonder te vrezen! Wat kunnen de mensen mij doen?
13(56-14) For thou hast delivered my soul from death; hast Thou not delivered my feet from stumbling? that I may walk before God in the light of the living.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.