Psalmen 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
1Voor muziekbegeleiding: met harpen en bassen. Een psalm van David. Jahweh, straf mij niet in uw toorn, En tuchtig mij niet in uw gramschap.
1(6-1) For the Leader; with string-music; on the Sheminith. A Psalm of David. (6-2) O LORD, rebuke me not in Thine anger, neither chasten me in Thy wrath.
2Ontferm U, Jahweh, want ik verkwijn; Schenk mij genezing, o Jahweh. Want mijn beenderen rillen,
2(6-3) Be gracious unto me, O LORD, for I languish away; heal me, O LORD, for my bones are affrighted.
3Mijn ziel is hevig ontsteld. Jahweh, hoe lang nog;
3(6-4) My soul also is sore affrighted; and Thou, O LORD, how long?
4Jahweh, houd op! Spaar mijn leven, En kom mij te hulp om uw goedheid.
4(6-5) Return, O LORD, deliver my soul; save me for Thy mercy's sake.
5Want in de dood denkt niemand aan U; Wie prijst U nog in het dodenrijk?
5(6-6) For in death there is no remembrance of Thee; in the nether-world who will give Thee thanks?
6Ik ben afgetobd Door mijn kreunen; Nacht aan nacht besproei ik mijn sponde, Bevochtig mijn kussen met tranen;
6(6-7) I am weary with my groaning; every night make I my bed to swim; I melt away my couch with my tears.
7Mijn oog is dof van verdriet, Mat van al die mij kwellen.
7(6-8) Mine eye is dimmed because of vexation; it waxeth old because of all mine adversaries.
8Booswichten, weg van mij, allen! Want Jahweh heeft mijn schreien gehoord,
8(6-9) Depart from me, all ye workers of iniquity; for the LORD hath heard the voice of my weeping.
9Jahweh heeft naar mijn smeken geluisterd, Jahweh verhoort mijn gebed.
9(6-10) The LORD hath heard my supplication; the LORD receiveth my prayer.
10Al mijn vijanden zullen worden beschaamd en hevig ontstellen, Plotseling vluchten, met schande bedekt.
10(6-11) All mine enemies shall be ashamed and sore affrighted; they shall turn back, they shall be ashamed suddenly.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.