Psalmen 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Voor muziekbegeleiding: met harpen en bassen. Een psalm van David. Jahweh, straf mij niet in uw toorn, En tuchtig mij niet in uw gramschap.
1SIGNORE, non correggermi nella tua ira, E non gastigarmi nel tuo cruccio.
2Ontferm U, Jahweh, want ik verkwijn; Schenk mij genezing, o Jahweh. Want mijn beenderen rillen,
2Abbi pietà di me, o Signore; perciocchè io son tutto fiacco; Sanami, Signore; perciocchè le mie ossa son tutte smarrite.
3Mijn ziel is hevig ontsteld. Jahweh, hoe lang nog;
3L'anima mia eziandio è grandemente smarrita; E tu, Signore, infino a quando?
4Jahweh, houd op! Spaar mijn leven, En kom mij te hulp om uw goedheid.
4Rivolgiti, o Signore; riscuoti l'anima mia; Salvami, per amor della tua benignità.
5Want in de dood denkt niemand aan U; Wie prijst U nog in het dodenrijk?
5Perciocchè nella morte non v'è memoria di te; Chi ti celebrerà nel sepolcro?
6Ik ben afgetobd Door mijn kreunen; Nacht aan nacht besproei ik mijn sponde, Bevochtig mijn kussen met tranen;
6Io mi affanno ne' miei sospiri; Io allago tutta notte il mio letto, E bagno la mia lettiera colle mie lagrime.
7Mijn oog is dof van verdriet, Mat van al die mij kwellen.
7L' occhio mio è consumato di fastidio; Egli è invecchiato per cagione di tutti i miei nemici.
8Booswichten, weg van mij, allen! Want Jahweh heeft mijn schreien gehoord,
8Ritraetevi da me, voi tutti operatori d'iniquità; Perciocchè il Signore ha udita la voce del mio pianto.
9Jahweh heeft naar mijn smeken geluisterd, Jahweh verhoort mijn gebed.
9Il Signore ha udita la mia supplicazione; Il Signore ha accettata la mia orazione.
10Al mijn vijanden zullen worden beschaamd en hevig ontstellen, Plotseling vluchten, met schande bedekt.
10Tutti i miei nemici sieno confusi, e grandemente smarriti; Voltin le spalle, e sieno svergognati in un momento.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.