Psalmen 101
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Een psalm van David. Van vroomheid en recht wil ik zingen, U loven, o Jahweh!
1IO canterò un cantico di benignità e di giudicio; Io te lo salmeggerò, o Signore.
2Op de wandel der vromen gaan dichten: Ach, mocht hij mijn deel zijn! Rein van hart wil ik leven Binnen mijn huis;
2Io comporrò una maestrevol canzone intorno alla via intiera. Quando verrai a me? Io camminerò nell'integrità del mio cuore Dentro alla mia casa.
3Voor mijn ogen niets dulden Wat slecht is. Uitspatting haat ik, En neem er geen deel aan;
3Io non mi proporrò davanti agli occhi cosa alcuna scellerata; Io odio i fatti degli sviati; Niuno di essi mi starà appresso.
4Een bedorven hart blijft verre van mij, En van kwaad wil ik niets weten.
4Il cuor perverso si dipartirà da me; Io non conoscerò il malvagio.
5Wie heimelijk zijn naaste belastert, Doe ik verstommen; De hoogmoedige blik en het trotse hart Kan ik niet uitstaan.
5Io sterminerò chi sparlerà in segreto contro al suo prossimo; Io non comporterò l'uomo con gli occhi altieri, E col cuor gonfio.
6Mijn ogen zijn gericht op de getrouwen in het land, Om ze bij mij te doen wonen; En wie een onberispelijk leven leidt, Mag mij dienen.
6Io avrò l'occhio sugli uomini leali della terra A ciò che dimorino meco; Chi cammina per la via intiera mi servirà.
7Maar niemand blijft in mijn huis, Die zich schuldig maakt aan bedrog; En wie leugens spreekt, Houdt geen stand voor mijn ogen.
7Chi usa frode nelle sue opere non abiterà dentro alla mia casa; Chi parla menzogne non sarà stabilito davanti agli occhi miei.
8Iedere morgen delg ik Alle boosdoeners uit in den lande; En drijf uit Jahweh’s stad Alle misdadigers weg.
8Ogni mattina io distruggerò tutti gli empi del paese; Per isterminar dalla Città del Signore Tutti gli operatori d'iniquità.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.