Psalmen 96
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Zingt een nieuw lied ter ere van Jahweh, Heel de aarde, zingt Jahweh ter eer!
1CANTATE al Signore un nuovo cantico; Cantate, o abitanti di tutta la terra, al Signore.
2Zingt voor Jahweh, en zegent zijn Naam, Verkondigt zijn heil iedere dag;
2Cantate al Signore, benedite il suo Nome; Predicate di giorno in giorno la sua salute.
3Meldt aan de naties zijn glorie, Aan alle volkeren zijn wonderen!
3Raccontate fra le genti la sua gloria, E le sue maraviglie fra tutti i popoli.
4Want groot is Jahweh, hoog te prijzen, En boven alle goden te vrezen!
4Perciocchè il Signore è grande, e degno di sovrana lode; Egli è tremendo sopra tutti gl'iddii.
5Ja, alle goden der volkeren zijn niets, Maar Jahweh heeft de hemel gemaakt;
5Perciocchè tutti gl'iddii de' popoli sono idoli; Ma il Signore ha fatti i cieli.
6Glans en glorie zijn voor zijn aanschijn, Kracht en luister in zijn heilige woning.
6Maestà e magnificenza sono davanti a lui; Forza e gloria sono nel suo santuario.
7Brengt Jahweh, geslachten der volken, Brengt Jahweh glorie en lof.
7Date al Signore, o generazioni de' popoli, Date al Signore gloria e forza.
8Brengt Jahweh de eer van zijn Naam, En treedt met offers zijn voorhoven binnen;
8Date al Signore la gloria dovuta al suo Nome; Portategli offerte, e venite ne' suoi cortili.
9Werpt u neder voor Jahweh in zijn heilige woning, Heel de aarde, beef voor zijn aanschijn!
9Adorate il Signore nel magnifico santuario; Tremate, o abitanti di tutta la terra, per la sua presenza.
10Roept het onder de volkeren uit, “Jahweh is Koning! Hij houdt de weegschaal der wereld, zodat ze niet schommelt, En de volkeren richt Hij naar recht!”
10Dite fra le genti: Il Signore regna; Il mondo sarà pure stabilito, e non sarà più smosso; Egli giudicherà i popoli in dirittura.
11Laat de hemelen juichen, de aarde jubelen, Laat bulderen de zee met wat ze bevat.
11Rallegrinsi i cieli, e gioisca la terra; Risuoni il mare, e quello ch'è in esso.
12Laat jubelen het veld, met wat er op groeit, In het woud alle bomen juichen
12Festeggi la campagna, e tutto quello ch'è in essa. Allora tutti gli alberi delle selve daranno voci d'allegrezza,
13Voor het aanschijn van Jahweh, want Hij komt, Hij komt, om de aarde te richten! Met rechtvaardigheid richt Hij de wereld, En de volkeren naar zijn trouw.
13Nel cospetto del Signore; perciocchè egli viene, Egli viene per giudicar la terra; Egli giudicherà il mondo in giustizia, Ed i popoli nella sua verità.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.