Psalmen 67
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Voor muziekbegeleiding; met harpen. Een psalm; een lied. God zij ons genadig, en zegene ons, En doe zijn aanschijn over ons lichten;
1IDDIO abbia mercè di noi, e ci benedica; Iddio faccia risplendere il suo volto verso noi. (Sela.)
2Opdat men op aarde zijn wegen erkenne, Onder alle volken zijn heil.
2Acciocchè la tua via si conosca in terra, E la tua salute fra tutte le genti.
3De volkeren moeten U prijzen, o God; Alle naties moeten U loven!
3I popoli ti celebreranno, o Dio; I popoli tutti quanti ti celebreranno.
4De volkeren zullen juichen en jubelen, Omdat Gij de wereld rechtvaardig regeert, Met gerechtigheid de volkeren richt, En de naties op aarde bestuurt.
4Le nazioni si rallegreranno, e giubileranno; Perciocchè tu giudicherai i popoli dirittamente, E condurrai le nazioni nella terra. (Sela.)
5De volkeren moeten U prijzen, o God; Alle naties moeten U loven!
5I popoli ti celebreranno, o Dio; I popoli tutti quanti ti celebreranno.
6De aarde heeft haar oogst gegeven, De Heer, onze God, ons gezegend;
6La terra produrrà il suo frutto; Iddio, l'Iddio nostro ci benedirà.
7Moge God ons blijven zegenen, En alle grenzen der aarde Hem vrezen. De volkeren moeten U prijzen, o God; Alle naties moeten U loven!
7Iddio ci benedirà; E tutte le estremità della terra lo temeranno.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.