Psalmen 47
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Voor muziekbegeleiding. Van de zonen van Kore; een psalm. Volkeren, klapt allen in de handen; Juicht en jubelt ter ere van God!
1BATTETEVI a palme, o popoli tutti; Giubilate a Dio con voce di trionfo.
2Want ontzaglijk is Jahweh, de Allerhoogste, Een machtig Koning over heel de aarde.
2Perciocchè il Signore è l'Altissimo, il Tremendo, Gran Re sopra tutta la terra.
3Hij legt de volken voor ons neer, En naties onder onze voeten;
3Egli ridurrà i popoli sotto noi, E la nazioni sotto i nostri piedi.
4Hij kiest het erfdeel voor ons uit, De trots van Jakob, zijn beminde.
4Egli ci ha scelta la nostra eredità, La gloria di Giacobbe, il quale egli ama. (Sela.)
5God stijgt ten troon met jubelzang, Jahweh met bazuingeschal!
5Iddio è salito con giubilo, Il Signore è salito con suono di trombe.
6Zingt en jubelt ter ere van God, Zingt en juicht voor onzen Koning!
6Salmeggiate a Dio, salmeggiate; Salmeggiate al Re nostro, salmeggiate.
7Want Hij is Koning van heel de aarde; Zingt dus een hymne ter ere van God!
7Perciocchè Iddio è Re di tutta la terra; Salmeggiate maestrevolmente
8God heeft het koningschap over de volkeren aanvaard, God heeft zijn heilige troon bestegen;
8Iddio regna sopra le genti: Iddio siede sopra il trono della sua santità.
9De vorsten der volkeren sluiten zich aan Bij het volk van Abrahams God. Want Gode behoren de heersers der aarde; Hoog verheven is Hij alleen!
9I principi de' popoli si son raunati insieme; Il popolo dell'Iddio d'Abrahamo, Perciocchè a Dio appartengono gli scudi della terra; Egli è grandemente esaltato.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.