Psalmen 19
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. De hemelen verhalen de glorie van God, Het firmament verkondigt het werk zijner handen;
1I CIELI raccontano la gloria di Dio; E la distesa annunzia l'opera delle sue mani.
2De dag roept het toe aan de andere dag, En de nacht meldt het weer aan de nacht.
2Un giorno dietro all'altro quelli sgorgano parole; Una notte dietro all'altra dichiarano scienza.
3Geen taal en geen woorden, Hun stem hoort men niet;
3Non hanno favella, nè parole; La lor voce non si ode;
4Toch galmen over heel de aarde hun klanken, Tot aan de grenzen der wereld hun tonen.
4Ma la lor linea esce fuori per tutta la terra, E le lor parole vanno infino all'estremità del mondo. Iddio ha posto in essi un tabernacolo al sole;
5Hij heeft voor de zon een tent opgeslagen In het midden der zee; Ze is als een bruidegom, die uit de bruidskamer treedt, Stralend van vreugd als een held, die zijn loopbaan begint.
5Ed egli esce fuori, come uno sposo dalla sua camera di nozze; Egli gioisce, come un uomo prode a correr l'aringo.
6Haar opgang is aan het eind van de hemel, Haar kringloop tot aan het andere eind; Niets blijft verborgen Voor haar gloed.
6La sua uscita è da una estremità de' cieli, E il suo giro arriva infino all' altra estremità; E niente è nascosto al suo calore.
7Jahweh’s wet is volmaakt: een verkwikking der ziel; Jahweh’s gebod betrouwbaar: een wijsheid voor eenvoudigen;
7La Legge del Signore è perfetta, ella ristora l'anima; La testimonianza del Signore è verace, e rende savio il semplice.
8Jahweh’s bevelen rechtvaardig: een vreugd voor het hart; Jahweh’s voorschrift onberispelijk: een licht voor de ogen;
8Gli statuti del Signore son diritti, e rallegrano il cuore; Il comandamento del Signore è puro, ed illumina gli occhi.
9Jahweh’s woord zonder smet: voor eeuwig bestendig; Jahweh’s oordelen waarheid: alle rechtvaardig!
9Il timor del Signore è puro, e dimora in eterno; I giudicii del Signore son verità, tutti quanti son giusti;
10Kostbaarder zijn ze dan goud en edel metaal; Zoeter dan honing en zeem uit de raten.
10Sono più desiderabili che oro, anzi più che gran quantità d'oro finissimo; E più dolci che miele, anzi che quello che stilla da' favi.
11Ook uw dienaar weet ze naar waarde te schatten: Wie ze trouw onderhoudt, wordt rijk beloond.
11Il tuo servitore è eziandio avvisato per essi; Vi è gran mercede in osservarli.
12Maar wie kan al zijn fouten kennen? Vergeef mij ook, die ik me niet ben bewust.
12Chi conosce i suoi errori? Purgami di quelli che mi sono occulti.
13Maar behoed ook uw dienaar voor zelfoverschatting; Laat die niet over mij heersen! Dan zal ik altijd smetteloos blijven, En rein van grote zonden;
13Rattieni eziandio il tuo servitore dalle superbie, E fa 'che non signoreggino in me; Allora io sarò intiero, e purgato di gran misfatto.
14Dan zal het woord van mijn mond U behagen, Met het gepeins van mijn hart, o Jahweh, mijn Rots en Redder!
14Sieno grate nel tuo cospetto le parole della mia bocca, E la meditazione del cuor mio, O Signore, mia Rocca, e mio Redentore.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.