Psalmen 84
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Voor muziekbegeleiding; op de gittiet. Een psalm van de zonen van Kore. Hoe lieflijk is uw woning, Jahweh der heirscharen!
1OH quanto sono amabili i tuoi tabernacoli, O Signor degli eserciti!
2Mijn ziel smacht van verlangen Naar de voorhoven van Jahweh; Mijn hart en mijn lichaam heffen een jubelzang aan Voor den levenden God!
2L'anima mia brama i cortili del Signore, e vien meno; Il mio cuore e la mia carne sclamano all'Iddio vivente.
3Ook de mus vindt een woning, De zwaluw een nest, waar ze haar jongen kan leggen: Bij uw altaren, Jahweh der heirscharen, Mijn Koning en God.
3Anche la passera si trova stanza, E la rondinella nido, ove posino i lor figli Presso a' tuoi altari, o Signor degli eserciti, Re mio, e Dio mio.
4Gelukkig, die in uw huis mogen wonen, En eeuwig U loven!
4Beati coloro che abitano nella tua Casa, E ti lodano del continuo. (Sela.)
5Gelukkig de mensen, die hun kracht in U vinden, Als ze met blijdschap ter bedevaart gaan!
5Beato l'uomo che ha forza in te; E coloro che hanno le tue vie nel cuore;
6Het dorre dal wordt hun een bron, En de lenteregen bedekt het met vijvers;
6I quali , passando per la valle de' gelsi, La riducono in fonti, Ed anche in pozze che la pioggia empie.
7Zo gaan ze steeds krachtiger voort, Totdat ze voor God op de Sion verschijnen.
7Camminano di valore in valore. Finchè compariscano davanti a Dio in Sion.
8Jahweh der heirscharen, hoor mijn gebed; Jakobs God, ach, luister toch!
8O Signore Iddio degli eserciti, ascolta la mia orazione; Porgi l'orecchio, o Dio di Giacobbe. (Sela.)
9Waarachtig, één dag in uw voorhoven Is beter dan duizend daarbuiten; Liever wil ik op de drempel van Gods huis blijven staan, Dan wonen in de tenten der bozen.
9O Dio, scudo nostro, vedi, E riguarda la faccia del tuo unto.
no verse 10 in this text
10Perciocchè un giorno ne' tuoi cortili val meglio che mille altrove ; Io eleggerei anzi di essere alla soglia della Casa del mio Dio, Che di abitare ne' tabernacoli di empietà.
11Want Jahweh is een zon en een schild; God geeft genade en glorie. Nooit weigert Jahweh een weldaad aan hen, Die onberispelijk leven.
11Perciocchè il Signore Iddio è sole e scudo; Il Signore darà grazia e gloria; Egli non divieterà il bene a quelli che camminano in integrità.
12Jahweh der heirscharen: Gelukkig de mens, die op U blijft vertrouwen!
12O Signor degli eserciti, Beato l'uomo che si confida in te.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.