Psalmen 97
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Jahweh is Koning! Laat de aarde jubelen, De ontelbare eilanden juichen!
1IL Signore regna: gioisca la terra; Rallegrinsi le grandi isole.
2Donkere wolken pakken zich om Hem heen, Recht en gerechtigheid schragen zijn troon.
2Nuvola e caligine sono d'intorno a lui; Giustizia e giudicio sono il fermo sostegno del suo trono.
3Vuur gaat voor zijn aangezicht uit, En het vlamt om zijn schreden;
3Fuoco va davanti a lui, E divampa i suoi nemici d'ogn'intorno.
4Zijn bliksems verlichten de wereld, De aarde ziet het, en beeft!
4I suoi folgori alluminano il mondo; La terra l 'ha veduto, ed ha tremato.
5De bergen smelten als was voor het aanschijn van Jahweh, Voor den Heer van de volheid der aarde;
5I monti si struggono come cera per la presenza del Signore, Per la presenza del Signor di tutta la terra.
6De hemelen kondigen zijn gerechtigheid aan, Alle volken aanschouwen zijn glorie.
6I cieli predicano la sua giustizia, E tutti i popoli veggono la sua gloria.
7Alle beeldenaanbidders worden te schande, Die zich op hun goden beroemen; En diep in het stof werpen alle afgoden Zich voor Hem neer.
7Tutti quelli che servono alle sculture, Che si gloriano negl'idoli, sien confusi, adoratelo, dii tutti.
8Sion hoort het vol vreugde, Juda’s dochteren juichen, Jahweh, om uw gericht;
8Sion l 'ha udito, e se n'è rallegrata; E le figliuole di Giuda hanno festeggiato Per li tuoi giudicii, o Signore.
9Want Gij zijt de Allerhoogste op heel de aarde, o Jahweh, Hoog boven alle goden verheven!
9Perciocchè tu sei il Signore, l'Eccelso sopra tutta la terra; Tu sei grandemente innalzato sopra tutti gl'iddii.
10Jahweh heeft lief Die de ongerechtigheid haat; Hij behoedt het leven van zijn getrouwen, En redt ze uit de handen der bozen.
10Voi che amate il Signore, odiate il male; Egli guarda le anime de' suoi santi; E le riscuote di man degli empi.
11Een licht straalt over de rechtvaardigen uit, En blijdschap over de oprechten van hart;
11La luce è seminata al giusto; E l'allegrezza a quelli che son diritti di cuore.
12De vromen zullen zich in Jahweh verheugen, En loven zijn heilige Naam!
12Rallegratevi, o giusti, nel Signore; E celebrate la memoria della sua santità.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.