Psalmen
Chapter 97
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Reina-Valera 1909
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Jahweh is Koning! Laat de aarde jubelen, De ontelbare eilanden juichen!
1JEHOVÁ reinó: regocíjese la tierra: alégrense las muchas islas.
2Donkere wolken pakken zich om Hem heen, Recht en gerechtigheid schragen zijn troon.
2Nube y oscuridad alrededor de él: justicia y juicio son el asiento de su trono.
3Vuur gaat voor zijn aangezicht uit, En het vlamt om zijn schreden;
3Fuego irá delante de él, y abrasará en derredor sus enemigos.
4Zijn bliksems verlichten de wereld, De aarde ziet het, en beeft!
4Sus relámpagos alumbraron el mundo: la tierra vió, y estremecióse.
5De bergen smelten als was voor het aanschijn van Jahweh, Voor den Heer van de volheid der aarde;
5Los montes se derritieron como cera delante de Jehová, delante del Señor de toda la tierra.
6De hemelen kondigen zijn gerechtigheid aan, Alle volken aanschouwen zijn glorie.
6Los cielos denunciaron su justicia, y todos los pueblos vieron su gloria.
7Alle beeldenaanbidders worden te schande, Die zich op hun goden beroemen; En diep in het stof werpen alle afgoden Zich voor Hem neer.
7Avergüéncense todos los que sirven á las imágenes de talla, los que se alaban de los ídolos: los dioses todos á él se encorven.
8Sion hoort het vol vreugde, Juda’s dochteren juichen, Jahweh, om uw gericht;
8Oyó Sión, y alegróse; y las hijas de Judá, oh Jehová, se gozaron por tus juicios.
9Want Gij zijt de Allerhoogste op heel de aarde, o Jahweh, Hoog boven alle goden verheven!
9Porque tú, Jehová, eres alto sobre toda la tierra: eres muy ensalzado sobre todos los dioses.
10Jahweh heeft lief Die de ongerechtigheid haat; Hij behoedt het leven van zijn getrouwen, En redt ze uit de handen der bozen.
10Los que á Jehová amáis, aborreced el mal: guarda él las almas de sus santos; de mano de los impíos los libra.
11Een licht straalt over de rechtvaardigen uit, En blijdschap over de oprechten van hart;
11Luz está sembrada para el justo, y alegría para los rectos de corazón.
12De vromen zullen zich in Jahweh verheugen, En loven zijn heilige Naam!
12Alegraos, justos, en Jehová: y alabad la memoria de su santidad.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.