Psalmen 100
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Een psalm bij het dankoffer. Juicht Jahweh ter eer, heel de aarde,
1Salmo de alabanza. CANTAD alegres á Dios, habitantes de toda la tierra.
2Dient Jahweh met vreugde, Treedt jubelend voor zijn aangezicht.
2Servid á Jehová con alegría: venid ante su acatamiento con regocijo.
3Erkent het: Jahweh is God; Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe, Als zijn volk en de kudde zijner weide.
3Reconoced que Jehová él es Dios: él nos hizo, y no nosotros á nosotros mismos; pueblo suyo somos, y ovejas de su prado.
4Treedt zijn poorten met dankzegging binnen, Zijn voorhoven met jubelzang, Brengt Hem glorie, en zegent zijn Naam.
4Entrad por sus puertas con reconocimiento, por sus atrios con alabanza: alabadle, bendecid su nombre.
5Want Jahweh is goed, Zijn genade duurt eeuwig, Zijn trouw van geslacht tot geslacht!
5Porque Jehová es bueno: para siempre es su misericordia, y su verdad por todas las generaciones.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.