Psalmen 76
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Voor muziekbegeleiding; met harpen. Een psalm van Asaf; een lied. God heeft Zich in Juda doen kennen, Ontzaglijk is in Israël zijn Naam!
1Al Músico principal: sobre Neginoth: Salmo de Asaph: Canción. DIOS es conocido en Judá: en Israel es grande su nombre.
2Zijn tent staat in Sjalem, Zijn woning op Sion:
2Y en Salem está su tabernáculo, y su habitación en Sión.
3Daar sloeg Hij de schichten van de boog, Schild en zwaard en strijdknots stuk!
3Allí quebró las saetas del arco, el escudo, y la espada, y tren de guerra. (Selah.)
4Vol majesteit straalt Gij Uit de eeuwige bergen
4Ilustre eres tú; fuerte, más que los montes de caza.
5Kloeke harten werden ontmoedigd en vielen in slaap, De arm ontzonk alle dappere strijders;
5Los fuertes de corazón fueron despojados, durmieron su sueño; y nada hallaron en sus manos todos los varones fuertes.
6God van Jakob, door uw dreigen Werden ruiters en paarden versuft.
6A tu reprensión, oh Dios de Jacob, el carro y el caballo fueron entorpecidos.
7Geweldig zijt Gij! Wie houdt voor U stand, Als uw toorn is ontstoken?
7Tú, terrible eres tú: ¿y quién parará delante de ti, en comenzando tu ira?
8Toen Gij uit de hemel uw vonnis deedt horen, Werd de aarde stil van ontzetting:
8Desde los cielos hiciste oir juicio; la tierra tuvo temor y quedó suspensa,
9Toen Gij opstondt ten oordeel, o God, Om alle ongelukkigen in het Land te redden.
9Cuando te levantaste, oh Dios, al juicio, para salvar á todos los mansos de la tierra. (Selah.)
10Alle stammen der mensen moeten U prijzen, Wat uw toorn heeft gespaard, U feestelijk loven!
10Ciertamente la ira del hombre te acarreará alabanza: tú reprimirás el resto de las iras.
11Doet geloften aan Jahweh, uw God, en blijft ze trouw, Brengt Hem geschenken, gij allen, die rond Hem moogt wonen:
11Prometed, y pagad á Jehová vuestro Dios: todos los que están alrededor de él, traigan presentes al Terrible.
12Den Geweldige, die de hoogmoed der vorsten vernedert, Die door de koningen der aarde wordt gevreesd!
12Cortará él el espíritu de los príncipes: terrible es á los reyes de la tierra.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.