Psalmen 146
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Halleluja! Loof Jahweh mijn ziel!
1Aleluya. ALABA, oh alma mía, á Jehová.
2Zolang ik leef, wil ik Jahweh prijzen, Mijn God verheerlijken, zolang ik besta!
2Alabaré á Jehová en mi vida: cantaré salmos á mi Dios mientras viviere.
3Vertrouwt niet op vorsten, Op mensen, die niet kunnen helpen:
3No confiéis en los príncipes, ni en hijo de hombre, porque no hay en él salud.
4Is hun adem heen, ze keren terug tot het stof, En het is met hun plannen gedaan.
4Saldrá su espíritu, tornaráse en su tierra: en aquel día perecerán sus pensamientos.
5Gelukkig, wien de God van Jakob blijft helpen, Wiens hoop is gevestigd op Jahweh, zijn God:
5Bienaventurado aquel en cuya ayuda es el Dios de Jacob, cuya esperanza es en Jehová su Dios:
6Die hemel en aarde heeft gemaakt, De zee met wat ze bevat. Jahweh, die trouw blijft voor eeuwig,
6El cual hizo los cielos y la tierra, la mar, y todo lo que en ellos hay; que guarda verdad para siempre;
7De verdrukten verdedigt, Brood aan de hongerigen reikt, En de gevangenen bevrijdt!
7Que hace derecho á los agraviados; que da pan á los hambrientos: Jehová suelta á los aprisionados;
8Jahweh opent de ogen der blinden, Jahweh richt de gebukten weer op; Jahweh heeft de rechtvaardigen lief,
8Jehová abre los ojos á los ciegos; Jehová levanta á los caídos; Jehová ama á los justos.
9Jahweh draagt zorg voor de zwervers. Hij is een steun voor weduwen en wezen, Maar de bozen richt Hij te gronde:
9Jehová guarda á los extranjeros; al huérfano y á la viuda levanta; y el camino de los impíos trastorna.
10Jahweh is Koning voor eeuwig; Uw God, o Sion, van geslacht tot geslacht!
10Reinará Jehová para siempre; tu Dios, oh Sión, por generación y generación. Aleluya.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.