Psalmen 82
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Een lied van Asaf. God staat op in de goddelijke raad, Houdt gericht te midden der goden!
1Salmo de Asaph. DIOS está en la reunión de los dioses; en medio de los dioses juzga.
2Hoelang nog zult gij onrechtvaardige vonnissen vellen, En voor de bozen partij blijven trekken?
2¿Hasta cuándo juzgaréis injustamente, y aceptaréis las personas de los impíos? (Selah.)
3Neemt het op voor zwakken en wezen, Geef den geringe en verdrukte zijn recht:
3Defended al pobre y al huérfano: haced justicia al afligido y al menesteroso.
4Redt den behoeftige en arme, En rukt ze uit de handen der bozen!
4Librad al afligido y al necesitado: libradlo de mano de los impíos.
5Maar ze hebben verstand noch begrip; ze tasten in duisternis rond, En brengen alle grondslagen der aarde aan het wankelen!
5No saben, no entienden, andan en tinieblas: vacilan todos los cimientos de la tierra.
6Ik had gezegd: Gij zijt goden, Zonen van den Allerhoogste, gij allen;
6Yo dije: Vosotros sois dioses, é hijos todos vosotros del Altísimo.
7Maar gij zult sterven als mensen, En als een der afgoden vallen!
7Empero como hombres moriréis, y caeréis como cualquiera de los tiranos.
8Sta op, o God, en richt de aarde; Want alle volkeren behoren U toe!
8Levántate, oh Dios, juzga la tierra: porque tú heredarás en todas las gentes.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.