Psalmen 33
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Gij rechtvaardigen, heft Jahweh een jubelzang aan; De psalm is een lust voor de vromen!
1ALEGRAOS, justos, en Jehová: á los rectos es hermosa la alabanza.
2Looft Jahweh met citers, Bespeelt voor Hem de tiensnarige harp;
2Celebrad á Jehová con arpa: cantadle con salterio y decacordio.
3Stemt een nieuw lied voor Hem aan, Tokkelt de lieren, lustig en luid!
3Cantadle canción nueva: hacedlo bien tañendo con júbilo.
4Want Jahweh’s woord is waarachtig, Onveranderlijk al zijn daden.
4Porque recta es la palabra de Jehová, y toda su obra con verdad hecha .
5Gerechtigheid en recht heeft Hij lief; Van Jahweh’s goedheid is de aarde vol.
5El ama justicia y juicio: de la misericordia de Jehová está llena la tierra.
6Door het woord van Jahweh zijn de hemelen gemaakt, Door de adem van zijn mond heel hun heir;
6Por la palabra de Jehová fueron hechos los cielos, y todo el ejército de ellos por el espíritu de su boca.
7Hij verzamelde het water der zee in een zak, Legde de oceanen in schuren op.
7El junta como en un montón las aguas de la mar: él pone en depósitos los abismos.
8Heel de aarde moet Jahweh vrezen, Al de bewoners der wereld Hem duchten.
8Tema á Jehová toda la tierra: teman de él todos los habitadores del mundo.
9Want Hij sprak: en het was; Hij gebood: en het stond.
9Porque él dijo, y fué hecho; él mandó, y existió.
10De raadslagen der volken gooit Jahweh omver, Hij verijdelt de plannen der naties;
10Jehová hace nulo el consejo de las gentes, y frustra las maquinaciones de los pueblos.
11Maar Jahweh’s raadsbesluit staat in eeuwigheid vast: Wat zijn hart heeft bedacht, van geslacht tot geslacht.
11El consejo de Jehová permanecerá para siempre; los pensamientos de su corazón por todas las generaciones.
12Gelukkig de natie, die Jahweh tot God heeft, Het volk, dat Hij Zich tot erfdeel verkoos!
12Bienaventurada la gente de que Jehová es su Dios; el pueblo á quien escogió por heredad para sí.
13Jahweh ziet neer uit de hemel, Richt zijn blik op alle kinderen der mensen.
13Desde los cielos miró Jehová; vió á todos los hijos de los hombres:
14Hij let van de plaats, waar Hij troont, Op alle bewoners der aarde:
14Desde la morada de su asiento miró sobre todos los moradores de la tierra.
15Hij, die aller hart heeft geschapen, En al hun daden doorgrondt.
15El formó el corazón de todos ellos; él considera todas sus obras.
16Geen koning overwint door de macht van zijn heir, Geen held wordt gered door geweldige kracht;
16El rey no es salvo con la multitud del ejército: no escapa el valiente por la mucha fuerza.
17Ook het ros kan de zege niet schenken, Door zijn grote snelheid niet redden.
17Vanidad es el caballo para salvarse: por la grandeza de su fuerza no librará.
18Maar het oog van Jahweh rust op hen, die Hem vrezen, En die op zijn goedheid vertrouwen:
18He aquí, el ojo de Jehová sobre los que le temen, sobre los que esperan en su misericordia;
19Om ze te redden van de dood, Ze in het leven te houden bij hongersnood.
19Para librar sus almas de la muerte, y para darles vida en el hambre.
20Onze ziel blijft opzien tot Jahweh: Hij is onze hulp en ons schild;
20Nuestra alma esperó á Jehová; nuestra ayuda y nuestro escudo es él.
21In Hem verheugt zich ons hart, Wij vertrouwen op zijn heilige Naam.
21Por tanto en él se alegrará nuestro corazón, porque en su santo nombre hemos confiado.
22Uw genade, o Jahweh, dale over ons neer, Naarmate wij op U blijven hopen!
22Sea tu misericordia, oh Jehová, sobre nosotros, como esperamos en ti.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.