Psalmen 33
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
1Gij rechtvaardigen, heft Jahweh een jubelzang aan; De psalm is een lust voor de vromen!
1너희 의인들아 여호와를 즐거워하라 ! 찬송은 정직한 자의 마땅히 할 바로다
2Looft Jahweh met citers, Bespeelt voor Hem de tiensnarige harp;
2수금으로 여호와께 감사하고 열 줄 비파로 찬송할지어다
3Stemt een nieuw lied voor Hem aan, Tokkelt de lieren, lustig en luid!
3새 노래로 그를 노래하며 즐거운 소리로 공교히 연주할찌어다
4Want Jahweh’s woord is waarachtig, Onveranderlijk al zijn daden.
4여호와의 말씀은 정직하며 그 행사는 다 진실하시도다
5Gerechtigheid en recht heeft Hij lief; Van Jahweh’s goedheid is de aarde vol.
5저는 정의와 공의를 사랑하심이여, 세상에 여호와의 인자하심이 충만하도다
6Door het woord van Jahweh zijn de hemelen gemaakt, Door de adem van zijn mond heel hun heir;
6여호와의 말씀으로 하늘이 지음이 되었으며 그 만상이 그 입기운으로 이루었도다
7Hij verzamelde het water der zee in een zak, Legde de oceanen in schuren op.
7저가 바닷물을 모아 무더기 같이 쌓으시며 깊은 물을 곳간에 두시도다
8Heel de aarde moet Jahweh vrezen, Al de bewoners der wereld Hem duchten.
8온 땅은 여호와를 두려워 하며 세계의 모든 거민은 그를 경외할지어다
9Want Hij sprak: en het was; Hij gebood: en het stond.
9저가 말씀하시매 이루었으며 명하시매 견고히 섰도다
10De raadslagen der volken gooit Jahweh omver, Hij verijdelt de plannen der naties;
10여호와께서 열방의 도모를 폐하시며 민족들의 사상을 무효케 하시도다
11Maar Jahweh’s raadsbesluit staat in eeuwigheid vast: Wat zijn hart heeft bedacht, van geslacht tot geslacht.
11여호와의 도모는 영영히 서고 그 심사는 대대에 이르리로다
12Gelukkig de natie, die Jahweh tot God heeft, Het volk, dat Hij Zich tot erfdeel verkoos!
12여호와로 자기 하나님을 삼은 나라 곧 하나님의 기업으로 빼신 바 된 백성은 복이 있도다
13Jahweh ziet neer uit de hemel, Richt zijn blik op alle kinderen der mensen.
13여호와께서 하늘에서 감찰하사 모든 인생을 보심이여
14Hij let van de plaats, waar Hij troont, Op alle bewoners der aarde:
14곧 그 거하신 곳에서 세상의 모든 거민을 하감하시도다
15Hij, die aller hart heeft geschapen, En al hun daden doorgrondt.
15저는 일반의 마음을 지으시며 저희 모든 행사를 감찰하시는 자로다
16Geen koning overwint door de macht van zijn heir, Geen held wordt gered door geweldige kracht;
16많은 군대로 구원 얻은 왕이 없으며 용사가 힘이 커도 스스로 구하지 못하는도다
17Ook het ros kan de zege niet schenken, Door zijn grote snelheid niet redden.
17구원함에 말은 헛것임이여 그 큰 힘으로 구하지 못하는도다
18Maar het oog van Jahweh rust op hen, die Hem vrezen, En die op zijn goedheid vertrouwen:
18여호와는 그 경외하는 자 곧 그 인자하심을 바라는 자를 살피사
19Om ze te redden van de dood, Ze in het leven te houden bij hongersnood.
19저희 영혼을 사망에서 건지시며 저희를 기근시에 살게 하시는도다
20Onze ziel blijft opzien tot Jahweh: Hij is onze hulp en ons schild;
20우리 영혼이 여호와를 바람이여, 저는 우리의 도움과 방패시로다
21In Hem verheugt zich ons hart, Wij vertrouwen op zijn heilige Naam.
21우리 마음이 저를 즐거워함이여 우리가 그 성호를 의지한 연고로다
22Uw genade, o Jahweh, dale over ons neer, Naarmate wij op U blijven hopen!
22여호와여, 우리가 주께 바라는 대로 주의 인자하심을 우리에게 베푸소서
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.