Psalmen 74
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
1Een leerdicht van Asaf. O God, waarom zoudt Gij ons voor altijd verstoten, Zou uw toorn blijven woeden tegen de kudde uwer weide?
1(아삽의 마스길) 하나님이여, 주께서 어찌하여 우리를 영원히 버리시나이까 ? 어찌하여 주의 치시는 양을 향하여 진노의 연기를 발하시나이까 ?
2Gedenk toch uw volk, dat Gij U eens hebt verworven, De stam, die Gij hebt verlost als uw erfdeel, De Sionsberg, Die Gij U tot woonplaats verkoost!
2옛적부터 얻으시고 구속하사 주의 기업의 지파로 삼으신 주의 회중을 기억하시며 주의 거하신 시온 산도 생각하소서
3Ach, richt toch uw schreden naar de onherstelbare puinen; Heel het heiligdom is door den vijand vernield.
3영구히 파멸된 곳으로 주의 발을 드십소서 원수가 성소에서 모든 악을 행하였나이다
4Uw haters joelden in uw heilige tent, En hebben er hun banieren geplant.
4주의 대적이 주의 회중에서 훤화하며 자기 기를 세워 표적을 삼았으니
5Ze hakten de friezen boven de ingangen stuk, Zoals een bijl in het kreupelhout woedt.
5저희는 마치 도끼를 들어 삼림을 베는 사람 같으니이다
6Ze hebben het drijfwerk in stukken geslagen, Met bijl en houweel het vernield;
6이제 저희가 도끼와 철퇴로 성소의 모든 조각품을 쳐서 부수고
7Uw heiligdom in brand gestoken, De woonplaats van uw Naam tot de grond toe ontwijd.
7주의 성소를 불사르며 주의 이름이 계신 곳을 더럽혀 땅에 엎었나이다
8Ze zeiden: “Wij zullen alles verwoesten, Alle godshuizen verbranden door ‘t hele land!”
8저희의 마음에 이르기를 우리가 그것을 진멸하자하고 이 땅에 있는 하나님의 모든 회당을 불살랐나이다
9Wij zien geen voortekens meer, en er is geen profeet, Niemand onder ons, die kan zeggen: Hoelang nog!
9우리의 표적이 보이지 아니하며 선지자도 다시 없으며 이런 일이 얼마나 오랠는지 우리 중에 아는 자도 없나이다
10Ja, hoelang nog, o God, zal de vijand U honen, De vijand maar altijd uw Naam blijven lasteren?
10하나님이여, 대적이 언제까지 훼방하겠으며 원수가 주의 이름을 영원히 능욕하리이까 ?
11Waarom trekt Gij uw hand van ons terug, En houdt Gij uw rechter in uw boezem verborgen?
11주께서 어찌하여 주의 손 곧 오른손을 거두시나이까 ? 주의 품에서 빼사 저희를 멸하소서
12Gij zijt toch van ouds onze Koning, o God, Die op aarde altijd de zege bevocht:
12하나님은 예로부터 나의 왕이시라 인간에 구원을 베푸셨나이다
13Gij hebt de zee opgezweept door uw kracht, Op het water de schedels der draken verpletterd;
13주께서 주의 능력으로 바다를 나누시고 물 가운데 용들의 머리를 깨뜨리셨으며
14Gij hebt Liwjatan zijn koppen verbrijzeld, En hem een prooi der jakhalzen gemaakt.
14악어의 머리를 파쇄하시고 그것을 사막에 거하는 자에게 식물로 주셨으며
15Gij liet bronnen en beken ontspringen, Maar eeuwige stromen verdrogen.
15바위를 쪼개사 큰 물을 내시며 길이 흐르는 강들을 말리우셨나이다
16Door U kwam de dag, door U kwam de nacht, Gij hebt de maan en de zon haar plaatsen bereid.
16낮도 주의 것이요 밤도 주의 것이라 주께서 빛과 해를 예비하셨으며
17Gij hebt al de grenzen der aarde gesteld, Zomer en winter, Gij hebt ze gemaakt!
17땅의 경계를 정하시며 여름과 겨울을 이루셨나이다
18Denk aan dit alles, o Jahweh, als de vijand blijft honen, Een waanzinnig volk uw Naam blijft lasteren!
18여호와여, 이것을 기억하소서 원수가 주를 비방하며 우매한 백성이 주의 이름을 능욕하였나이다
19Geef, die U loven, niet prijs aan de beesten, En vergeet uw ongelukkigen niet voor altoos.
19주의 멧비둘기의 생명을 들짐승에게 주지 마시며 주의 가난한 자의 목숨을 영영히 잊지 마소서
20Zie neer op uw verbond, en houd het gestand: Het rampzalige Land is een oord van verdrukking!
20언약을 돌아보소서 대저 땅 흑암한 곳에 강포한 자의 처소가 가득하였나이다
21Laat de vertrapte niet onverhoord gaan, Maar de verdrukte en arme uw Naam verheerlijken.
21학대 받은 자로 부끄러이 돌아가게 마시고 가난한 자와 궁핍한 자로 주의 이름을 찬송케 하소서
22Sta op, o God, en verdedig uw zaak, Gedenk, hoe die dwazen U steeds blijven honen;
22하나님이여, 일어나사 주의 원통을 푸시고 우매한 자가 종일 주를 비방하는 것을 기억하소서
23Vergeet het geschreeuw van uw vijanden niet, Het geloei van uw haters, dat altijd maar raast!
23주의 대적의 소리를 잊지 마소서 일어나 주를 항거하는 자의 훤화가 항상 상달하나이다
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.