Psalmen 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
1Een psalm van David, bij zijn vlucht voor zijn zoon Absalom. Jahweh, hoe talrijk zijn mijn belagers, Hoe talrijk, die tegen mij opstaan;
1(다윗이 그 아들 압살롬을 피할 때에 지은 시) 여호와여, 나의 대적이 어찌 그리 많은지요 일어나 나를 치는 자가 많소이다
2Hoe velen, die van mij zeggen: Voor hem geen heil bij zijn God!
2많은 사람이 있어 나를 가리켜 말하기를 저는 하나님께 도움을 얻지 못한다 하나이다 (셀라)
3Toch zijt Gij, Jahweh, het schild dat mij dekt, Mijn glorie en trots!
3여호와여, 주는 나의 방패시요 나의 영광이시요 나의 머리를 드시는 자니이다
4Ik behoef maar tot Jahweh te roepen, Dan verhoort Hij mij van zijn heilige berg.
4내가 나의 목소리로 여호와께 부르짖으니 그 성산에서 응답하시는도다 (셀라)
5Ik leg mij neer, slaap rustig in, Ontwaak, want Jahweh beschut mij.
5내가 누워 자고 깨었으니 여호와께서 나를 붙드심이로다
6Zo vrees ik de duizenden niet, Die van alle kant mij omringen.
6내가 누워 자고 깨었으니 여호와께서 나를 붙드심이로다
7Sta op dan, Jahweh; Red mij, mijn God! Want Gij slaat al mijn vijanden in het gezicht, Stoot de bozen hun tanden stuk.
7천만인이 나를 둘러치려 하여도 나는 두려워 아니하리이다
8Bij U, Jahweh, is redding; Op uw volk rust uw zegen.
8여호와여, 일어나소서 나의 하나님이여, 나를 구원하소서 주께서 나의 모든 원수의 뺨을 치시며 악인의 이를 꺽으셨나이다 [ (Psalms 3:9) 구원은 여호와께 있사오니 주의 복을 주의 백성에게 내리소서 (셀라) ]
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.