Spreuken 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
1Spreuken van Salomon, den zoon van David, Den koning van Israël:
1다윗의 아들 이스라엘 왕 솔로몬의 잠언이라
2Ze leren u kennen wijsheid en tucht, Ze geven u begrip voor verstandige woorden;
2이는 지혜와 훈계를 알게 하며 명철의 말씀을 깨닫게 하며
3Ze voeden u op tot heilzame tucht, Rechtschapenheid, plichtsbesef en oprechtheid.
3지혜롭게, 의롭게, 공평하게, 정직하게, 행할 일에 대하여 훈계를 받게 하며
4Aan de onnozelen schenken ze ervaring, Aan jonge mensen doordachte kennis.
4어리석은 자로 슬기롭게 하며 젊은 자에게 지식과 근신함을 주기 위한 것이니
5Als een wijze ze hoort, zal hij zijn inzicht verdiepen, Een verstandig mens zal er ideeën door krijgen;
5지혜있는 자는 듣고 학식이 더할 것이요 명철한 자는 모략을 얻을 것이라
6Spreuk en strikvraag zal hij doorzien, De woorden der wijzen en hun problemen.
6잠언과 비유와 지혜있는 자의 말과 그 오묘한 말을 깨달으리라
7Het ontzag voor Jahweh is de grondslag der wijsheid; Maar ongelovigen lachen om wijsheid en tucht.
7여호와를 경외하는 것이 지식의 근본이어늘 미련한 자는 지혜와 훈계를 멸시하느니라
8Mijn zoon, luister dus naar de wenken van uw vader, Sla niet in de wind, wat uw moeder u leerde;
8내 아들아 네 아비의 훈계를 들으며 네 어미의 법을 떠나지 말라
9Want het siert uw hoofd als een krans, Uw hals als een snoer.
9이는 네 머리의 아름다운 관이요 네 목의 금사슬이니라
10Mijn zoon, als zondaars u willen verleiden, stem niet toe,
10내 아들아 악한 자가 너를 꾈지라도 좇지 말라
11Als ze u zeggen: Ga met ons mee, Laat ons loeren op bloed, Laat ons zo maar onschuldigen belagen,
11내 아들아 악한 자가 너를 꾈지라도 좇지 말라
12Gelijk de onderwereld hen levend verslinden, Als zij, die ten grave dalen, geheel en al;
12그들이 네게 말하기를 우리와 함께 가자 우리가 가만히 엎드렸다가 사람의 피를 흘리자 죄없는 자를 까닭없이 숨어 기다리다가
13Allerlei kostbare schatten zullen we vinden, Onze huizen vullen met buit;
13음부 같이 그들을 산 채로 삼키며 무덤에 내려가는 자 같게 통으로 삼키자
14Ge moogt meeloten in onze kring, Eén buidel zullen we samen delen!
14우리가 온갖 보화를 얻으며 빼앗은 것으로 우리 집에 채우리니
15Mijn zoon, ga dan niet met hen mee, En houd uw voet af van hun pad;
15너는 우리와 함께 제비를 뽑고 우리가 함께 전대 하나만 두자 할지라도
16Want hun voeten ijlen naar het kwade, En haasten zich, om bloed te vergieten.
16내 아들아 그들과 함께 길에 다니지 말라 네 발을 금하여 그 길을 밟지 말라
17Maar zoals het niet geeft, of het net wordt gespannen, Terwijl alle vogels het zien:
17대저 그 발은 악으로 달려가며 피를 흘리는 데 빠름이니라
18Zo loeren ze slechts op hun eigen bloed, En belagen ze hun eigen leven!
18무릇 새가 그물 치는 것을 보면 헛 일이겠거늘
19Zo gaat het allen, die uit zijn op oneerlijke winst: Deze beneemt zijn bezitters het leven.
19그들의 가만히 엎드림은 자기의 피를 흘릴 뿐이요 숨어 기다림은 자기의 생명을 해할 뿐이니
20De wijsheid roept luid in de straten, Op de pleinen verheft ze haar stem;
20무릇 이를 탐하는 자의 길은 다 이러하여 자기의 생명을 잃게 하느니라
21Ze roept op de tinne der muren, En spreekt aan de ingang der poorten:
21지혜가 길거리에서 부르며 광장에서 소리를 높이며
22Hoe lang nog, dommen, blijft gij liever onnozel, Blijven de eigenwijzen verwaand, Willen de dwazen van geen wijsheid horen?
22훤화하는 길 머리에서 소리를 지르며 성문 어귀와 성중에서 그 소리를 발하여 가로되
23Keert u tot mijn vermaning; Dan stort ik mijn geest over u uit, En maak u mijn woorden bekend.
23너희 어리석은 자들은 어리석음을 좋아하며 거만한 자들은 거만을 기뻐하며 미련한 자들은 지식을 미워하니 어느 때까지 하겠느냐
24Maar zo ge weigert, als ik roep, En niemand er op let, als ik mijn hand verhef;
24나의 책망을 듣고 돌이키라 보라 내가 나의 신을 너희에게 부어주며 나의 말을 너희에게 보이리라
25Zo ge mijn raad geheel en al in de wind slaat, En van mijn vermaning niet wilt weten:
25내가 부를지라도 너희가 듣기 싫어 하였고 내가 손을 펼지라도 돌아보는 자가 없었고
26Zal ik lachen, wanneer het u slecht gaat, Zal ik spotten, wanneer uw verschrikking komt als een onweer;
26도리어 나의 모든 교훈을 멸시하며 나의 책망을 받지 아니하였은즉
27Wanneer uw ongeluk nadert als een orkaan, Wanneer benauwdheid en angst u overvallen!
27너희가 재앙을 만날 때에 내가 웃을 것이며 너희에게 두려움이 임할 때에 내가 비웃으리라
28Dan zal men mij roepen, maar zal ik niet antwoorden, Zal men mij zoeken, maar mij niet vinden!
28너희의 두려움이 광풍같이 임하겠고 너희의 재앙이 폭풍같이 임하리니
29Omdat ze van wijsheid niets wilden weten, En het ontzag voor Jahweh niet hebben verkozen,
29그 때에 너희가 나를 부르리라 그래도 내가 대답지 아니하겠고 부지런히 나를 찾으리라 그래도 나를 만나지 못하리니
30Van mijn raad niets moesten hebben, En al mijn vermaan in de wind hebben geslagen:
30대저 너희가 지식을 미워하며 여호와 경외하기를 즐거워하지 아니하며
31Zullen ze eten de vrucht van hun wandel, Verzadigd worden met wat ze beraamden.
31나의 교훈을 받지 아니하고 나의 모든 책망을 업신여겼음이라
32Want de onnozelen komen door hun onverschilligheid om, De dwazen storten door hun lichtzinnigheid in het verderf;
32그러므로 자기 행위의 열매를 먹으며 자기 꾀에 배부르리라
33Maar die naar mij luistert, zal in veiligheid wonen, Bevrijd van de vrees voor de rampen!
33어리석은 자의 퇴보는 자기를 죽이며 미련한 자의 안일은 자기를 멸망시키려니와 [ (Proverbs 1:34) 오직 나를 듣는 자는 안연히 살며 재앙의 두려움이 없이 평안하리라 ]
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.