Spreuken 23
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
1Als ge bij den koning aan tafel zit, Let dan enkel op wat voor u staat,
1네가 관원과 함께 앉아 음식을 먹게 되거든 삼가 네 앞에 있는 자가 누구인지 생각하며
2En zet een mes op uw keel Als ge een goede eetlust hebt;
2네가 만일 탐식자여든 네 목에 칼을 둘 것이니라
3Wees niet belust op zijn lekkernijen, Want ze zijn een bedriegelijke spijs.
3그 진찬을 탐하지 말라 그것은 간사하게 베푼 식물이니라
4Doe geen moeite, om rijkdom te verwerven, Zie van uw voornemen af;
4부자 되기에 애쓰지 말고 네 사사로운 지혜를 버릴지어다
5Zodra ge uw zinnen daarop zet, Is hij al heen! Want hij maakt zich vleugels, En vliegt als een arend de lucht in.
5네가 어찌 허무한 것에 주목하겠느냐 정녕히 재물은 날개를 내어 하늘에 나는 독수리처럼 날아가리라
6Ga niet eten bij een vrek, Wees niet belust op zijn lekkernijen;
6악한 눈이 있는 자의 음식을 먹지 말며 그 진찬을 탐하지 말지어다
7Want het is iemand, die bij zichzelf zit te rekenen, Die “Eet en drink” tot u zegt, maar het niet meent.
7대저 그 마음의 생각이 어떠하면 그 위인도 그러한즉 그가 너더러 먹고 마시라 할지라도 그 마음은 너와 함께하지 아니함이라
8De spijs, die ge gegeten hebt, spuwt ge weer uit, En uw vriendelijke woorden hebt ge verspild.
8네가 조금 먹은 것도 토하겠고 네 아름다운 말도 헛된 데로 돌아가리라
9Spreek niet ten aanhoren van een dwaas; Hij geeft niets om uw wijze woorden.
9미련한 자의 귀에 말하지 말지니 이는 그가 네 지혜로운 말을 업신여길 것임이니라
10Verleg de grenzen van weduwen niet En raak niet aan de akker van wezen;
10옛 지계석을 옮기지 말며 외로운 자식의 밭을 침범하지 말찌어다
11Want hun Losser is sterk, Hij neemt het voor hen tegen u op.
11대저 그들의 구속자는 강하시니 너를 대적하사 그 원을 펴시리라
12Neem een vermaning wel ter harte Open uw oren voor verstandige taal.
12훈계에 착심하며 지식의 말씀에 귀를 기울이라
13Ge moet een knaap geen vermaning sparen, Al slaat ge hem met een stok, hij gaat er niet van dood;
13아이를 훈계하지 아니치 말라 채찍으로 그를 때릴지라도 죽지 아니하리라
14Want als ge hem met een stok hebt geslagen, Hebt ge hem van de onderwereld gered.
14그를 채찍으로 때리면 그 영혼을 음부에서 구원하리라
15Mijn kind, als úw hart wijs is, Zal ook mijn hart zich verheugen;
15내 아들아 만일 네 마음이 지혜로우면 나 곧 내 마음이 즐겁겠고
16Mijn ziel zal jubelen, Als uw lippen juiste dingen zeggen.
16만일 네 입술이 정직을 말하면 내 속이 유쾌하리라
17Laat uw hart niet jaloers zijn op zondaars, Maar ijveren voor de vrees voor Jahweh, iedere dag;
17네 마음으로 죄인의 형통을 부러워하지 말고 항상 여호와를 경외하라
18Als ge die bewaart, is er toekomst, En zal uw verwachting niet worden beschaamd.
18정녕히 네 장래가 있겠고 네 소망이 끊어지지 아니하리라
19Mijn zoon, luister en wees wijs, Breng uw hart op het rechte pad.
19내 아들아 너는 듣고 지혜를 얻어 네 마음을 정로로 인도할지니라
20Doe niet mee met wijnslempers, Met hen, die zich aan vlees te buiten gaan;
20술을 즐겨하는 자와 고기를 탐하는 자로 더불어 사귀지 말라
21Want een drinker en een veelvraat verarmt, De roes hult iemand in lompen.
21술 취하고 탐식하는 자는 가난하여질 것이요 잠 자기를 즐겨하는 자는 해어진 옷을 입을 것임이니라
22Luister naar uw vader, die u heeft verwekt, Minacht uw moeder niet, als ze oud is geworden.
22너 낳은 아비에게 청종하고 네 늙은 어미를 경히 여기지 말지니라
23Verwerf u waarheid, en verkoop ze niet, Wijsheid, tucht en inzicht.
23진리를 사고서 팔지 말며 지혜와 훈계와 명철도 그리할지니라
24Innig verheugt zich de vader van een rechtschapene, Wie een wijze baarde, beleeft genoegen aan hem:
24의인의 아비는 크게 즐거울 것이요 지혜로운 자식을 낳은 자는 그를 인하여 즐거울 것이니라
25Zo moge uw vader zich over u verheugen, Zij zich verblijden, die u ter wereld bracht.
25네 부모를 즐겁게 하며 너 낳은 어미를 기쁘게 하라
26Mijn zoon, schenk mij uw hart, Laat uw ogen op mijn wegen letten;
26내 아들아 네 마음을 내게 주며 네 눈으로 내 길을 즐거워할지어다
27Want een deerne is een diepe kuil, Een vreemde vrouw een nauwe put.
27대저 음녀는 깊은 구렁이요 이방 여인은 좁은 함정이라
28Ja, zij ligt op de loer als een rover, En maakt vele mensen ontrouw.
28그는 강도 같이 매복하며 인간에 궤사한 자가 많아지게 하느니라
29Waar klinkt ach, en waar klinkt wee; Waar heerst twist, waar nijpen de zorgen? Waar worden zonder reden wonden geslagen, Waar worden de blikken beneveld?
29재앙이 뉘게 있느뇨 근심이 뉘게 있느뇨 분쟁이 뉘게 있느뇨 원망이 뉘게 있느뇨 까닭 없는 창상이 뉘게 있느뇨 붉은 눈이 뉘게 있느뇨
30Waar men nog laat aan de wijn zit, Waar men komt, om de drank te keuren.
30술에 잠긴 자에게 있고 혼합한 술을 구하러 다니는 자에게 있느니라
31Zie niet om naar de wijn, hoe rood hij is, Hoe hij fonkelt in het glas. Wel glijdt hij zachtjes naar binnen, Vloeiend langs lippen en tanden.
31포도주는 붉고 잔에서 번쩍이며 순하게 내려가나니 너는 그것을 보지도 말지어다
32Maar ten leste bijt hij als een slang, Is hij giftig als een adder.
32이것이 마침내 뱀 같이 물 것이요 독사 같이 쏠 것이며
33Uw ogen zien vreemde dingen, Uw hart slaat wartaal uit;
33또 네 눈에는 괴이한 것이 보일 것이요 네 마음은 망령된 것을 발할 것이며
34Ge voelt u als iemand, die dobbert op zee, Als een matroos bij zware storm:
34너는 바다 가운데 누운 자 같을 것이요 돛대 위에 누운 자 같을 것이며
35“Ze hebben me geslagen, en ik voelde het niet, Ze hebben me gebeukt, en ik merkte het niet! Wanneer ben ik weer wakker? Dan ga ik er nog eens op uit!”
35네가 스스로 말하기를 사람이 나를 때려도 나는 아프지 아니하고 나를 상하게 하여도 내게 감각이 없도다 내가 언제나 깰까 다시 술을 찾겠다 하리라
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.