Spreuken 25
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
1Ook de volgende spreuken zijn van Salomon; ze zijn verzameld door de beambten van Ezekias, den koning van Juda.
1이것도 솔로몬의 잠언이요 유다 왕 히스기야의 신하들의 편집한 것이니라
2Het is de glorie van God, iets verborgen te houden, De glorie der koningen, het uit te zoeken.
2일을 숨기는 것은 하나님의 영화요 일을 살피는 것은 왕의 영화니라
3Zoals de hoogte der hemelen, en de diepte der aarde, Zo is ook het hart der koningen: ondoorgrondelijk.
3하늘의 높음과 땅의 깊음 같이 왕의 마음은 헤아릴 수 없느니라
4Worden de slakken uit het zilver verwijderd, Dan slaagt de kunstenaar in zijn werk;
4은에서 찌끼를 제하라 그리하면 장색의 쓸만한 그릇이 나올 것이요
5Verjaagt men de bozen uit de tegenwoordigheid van den koning, Dan staat zijn troon door rechtvaardigheid sterk.
5왕 앞에서 악한 자를 제하라 그리하면 그 위가 의로 말미암아 견고히 서리라
6Dring u niet op bij den koning, En ga niet staan op de plaats van voornamen;
6왕 앞에서 스스로 높은 체 하지말며 대인의 자리에 서지 말라
7Het is beter, dat men tot u zegt: “Neem hier plaats, hogerop,” Dan dat men u voor een aanzienlijke vernedert. Wat uw ogen hebben gezien,
7이는 사람이 너더러 이리로 올라오라 하는 것이 네 눈에 보이는 귀인 앞에서 저리로 내려가라 하는 것보다 나음이니라
8Moet ge niet terstond voor het gerecht gaan brengen; Wat zult ge na afloop doen, Als uw naaste u in het ongelijk heeft gesteld?
8너는 급거히 나가서 다투지 말라 마침내 네가 이웃에게 욕을 보게 될 때에 네가 어찌 할 줄을 알지 못할까 두려우니라
9Beslecht uw eigen zaak met den naaste, Maar maak daarbij het geheim van een derde niet openbaar;
9너는 이웃과 다투거든 변론만 하고 남의 은밀한 일을 누설하지 말라
10Anders zal hij, die het hoort, u beschimpen, En houdt ge voor altijd een slechte naam.
10듣는 자가 너를 꾸짖을 터이요 또 수욕이 네게서 떠나지 아니할까 두려우니라
11Gouden vruchten op zilveren schalen: Zijn woorden, te pas gesproken.
11경우에 합당한 말은 아로새긴 은쟁반에 금사과니라
12Een gouden ring en een sieraad van edel metaal: Is een wijs vermaner voor een luisterend oor.
12슬기로운 자의 책망은 청종하는 귀에 금고리와 정금 장식이니라
13Als koele sneeuw bij de hitte van de oogst Is een trouwe bode voor hem, die hem stuurt: Hij fleurt zijn meester weer op.
13충성된 사자는 그를 보낸 이에게 마치 추수하는 날에 얼음 냉수같아서 능히 그 주인의 마음을 시원케 하느니라
14Wolken en wind, en toch geen regen: Dat is iemand, die praalt op een gift, waar toch niets van komt.
14선물한다고 거짓 자랑하는 자는 비 없는 구름과 바람 같으니라
15Door lankmoedigheid laat een vorst zich vermurwen, Milde taal breekt beenderen stuk.
15오래 참으면 관원이 그 말을 용납하나니 부드러운 혀는 뼈를 꺾느니라
16Hebt ge honing gevonden, eet dan niet meer dan ge aan kunt; Anders staat het u tegen, en geeft ge het over.
16너는 꿀을 만나거든 족하리만큼 먹으라 과식하므로 토할까 두려우니라
17Kom niet te dikwijls in het huis van uw naaste; Anders krijgt hij genoeg van u, en gaat hij u haten.
17너는 이웃집에 자주 다니지 말라 그가 너를 싫어하며 미워할까 두려우니라
18Een knots, een zwaard en een scherpe pijl: Is iemand, die valse getuigenis geeft tegen zijn naaste.
18그 이웃을 쳐서 거짓 증거하는 사람은 방망이요 칼이요 뾰족한 살이니라
19Een slechte tand en een zwikkende voet: Is de steun van een trouweloze in moeilijke tijden.
19환난날에 진실치 못한 자를 의뢰하는 의뢰는 부러진 이와 위골된 발 같으니라
20Als azijn op hoofdzeer Zo werkt het zingen van liederen op een slecht humeur.
20마음이 상한 자에게 노래하는 것은 추운 날에 옷을 벗음 같고 쏘다 위에 초를 부음 같으니라
21Heeft uw vijand honger, geef hem brood te eten, Heeft hij dorst, laat hem water drinken;
21네 원수가 배고파하거든 식물을 먹이고 목말라하거든 물을 마시우라
22Zo stapelt ge vurige kolen op zijn hoofd, En Jahweh zal het u vergelden.
22그리하는 것은 핀 숯으로 그의 머리에 놓는 것과 일반이요 여호와께서는 네게 상을 주시리라
23Noordenwind brengt een stortvloed, Een geniepige tong maakt boze gezichten.
23북풍이 비를 일으킴 같이 참소하는 혀는 사람의 얼굴에 분을 일으키느니라
24Beter te wonen op de punt van het dak, Dan met een snibbige vrouw in de echtelijke woning.
24다투는 여인과 함께 큰 집에서 사는 것보다 움막에서 혼자 사는 것이 나으니라
25Een koele dronk voor een dorstige keel: Is goede tijding uit een ver land.
25먼 땅에서 오는 좋은 기별은 목마른 사람에게 냉수 같으니라
26Een bedorven bron, een vervuilde wel: Is een rechtvaardige, die voor den boze wankelt.
26의인이 악인 앞에 굴복하는 것은 우물의 흐리어짐과 샘의 더러워 짐 같으니라
27Te veel honing eten is niet gezond; Wees daarom spaarzaam met vleiende woorden.
27꿀을 많이 먹는 것이 좋지 못하고 자기의 영예를 구하는 것이 헛되니라
28Als een stad met een bres, zonder muren: Is iemand zonder zelfbeheersing.
28자기의 마음을 제어하지 아니하는 자는 성읍이 무너지고 성벽이 없는 것 같으니라
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.