Spreuken
Chapter 23
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Berean Standard Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Berean Standard Bible
1Als ge bij den koning aan tafel zit, Let dan enkel op wat voor u staat,
1When you sit down to dine with a ruler, consider carefully what is set before you,
2En zet een mes op uw keel Als ge een goede eetlust hebt;
2and put a knife to your throat if you possess a great appetite.
3Wees niet belust op zijn lekkernijen, Want ze zijn een bedriegelijke spijs.
3Do not crave his delicacies, for that food is deceptive.
4Doe geen moeite, om rijkdom te verwerven, Zie van uw voornemen af;
4Do not wear yourself out to get rich; be wise enough to restrain yourself.
5Zodra ge uw zinnen daarop zet, Is hij al heen! Want hij maakt zich vleugels, En vliegt als een arend de lucht in.
5When you glance at wealth, it disappears, for it makes wings for itself and flies like an eagle to the sky.
6Ga niet eten bij een vrek, Wees niet belust op zijn lekkernijen;
6Do not eat the bread of a stingy man, and do not crave his delicacies;
7Want het is iemand, die bij zichzelf zit te rekenen, Die “Eet en drink” tot u zegt, maar het niet meent.
7for he is keeping track, inwardly counting the cost. “Eat and drink,” he says to you, but his heart is not with you.
8De spijs, die ge gegeten hebt, spuwt ge weer uit, En uw vriendelijke woorden hebt ge verspild.
8You will vomit up what little you have eaten and waste your pleasant words.
9Spreek niet ten aanhoren van een dwaas; Hij geeft niets om uw wijze woorden.
9Do not speak to a fool, for he will despise the wisdom of your words.
10Verleg de grenzen van weduwen niet En raak niet aan de akker van wezen;
10Do not move an ancient boundary stone or encroach on the fields of the fatherless,
11Want hun Losser is sterk, Hij neemt het voor hen tegen u op.
11for their Redeemer is strong; He will take up their case against you.
12Neem een vermaning wel ter harte Open uw oren voor verstandige taal.
12Apply your heart to instruction and your ears to words of knowledge.
13Ge moet een knaap geen vermaning sparen, Al slaat ge hem met een stok, hij gaat er niet van dood;
13Do not withhold discipline from a child; although you strike him with a rod, he will not die.
14Want als ge hem met een stok hebt geslagen, Hebt ge hem van de onderwereld gered.
14Strike him with a rod, and you will deliver his soul from Sheol.
15Mijn kind, als úw hart wijs is, Zal ook mijn hart zich verheugen;
15My son, if your heart is wise, my own heart will indeed rejoice.
16Mijn ziel zal jubelen, Als uw lippen juiste dingen zeggen.
16My inmost being will rejoice when your lips speak what is right.
17Laat uw hart niet jaloers zijn op zondaars, Maar ijveren voor de vrees voor Jahweh, iedere dag;
17Do not let your heart envy sinners, but always continue in the fear of the LORD.
18Als ge die bewaart, is er toekomst, En zal uw verwachting niet worden beschaamd.
18For surely there is a future, and your hope will not be cut off.
19Mijn zoon, luister en wees wijs, Breng uw hart op het rechte pad.
19Listen, my son, and be wise, and guide your heart on the right course.
20Doe niet mee met wijnslempers, Met hen, die zich aan vlees te buiten gaan;
20Do not join those who drink too much wine or gorge themselves on meat.
21Want een drinker en een veelvraat verarmt, De roes hult iemand in lompen.
21For the drunkard and the glutton will come to poverty, and drowsiness will clothe them in rags.
22Luister naar uw vader, die u heeft verwekt, Minacht uw moeder niet, als ze oud is geworden.
22Listen to your father who gave you life, and do not despise your mother when she is old.
23Verwerf u waarheid, en verkoop ze niet, Wijsheid, tucht en inzicht.
23Invest in truth and never sell it— in wisdom and instruction and understanding.
24Innig verheugt zich de vader van een rechtschapene, Wie een wijze baarde, beleeft genoegen aan hem:
24The father of a righteous man will greatly rejoice, and he who fathers a wise son will delight in him.
25Zo moge uw vader zich over u verheugen, Zij zich verblijden, die u ter wereld bracht.
25May your father and mother be glad, and may she who gave you birth rejoice!
26Mijn zoon, schenk mij uw hart, Laat uw ogen op mijn wegen letten;
26My son, give me your heart, and let your eyes delight in my ways.
27Want een deerne is een diepe kuil, Een vreemde vrouw een nauwe put.
27For a prostitute is a deep pit, and an adulteress is a narrow well.
28Ja, zij ligt op de loer als een rover, En maakt vele mensen ontrouw.
28Like a robber she lies in wait and multiplies the faithless among men.
29Waar klinkt ach, en waar klinkt wee; Waar heerst twist, waar nijpen de zorgen? Waar worden zonder reden wonden geslagen, Waar worden de blikken beneveld?
29Who has woe? Who has sorrow? Who has contentions? Who has complaints? Who has needless wounds? Who has bloodshot eyes?
30Waar men nog laat aan de wijn zit, Waar men komt, om de drank te keuren.
30Those who linger over wine, who go to taste mixed drinks.
31Zie niet om naar de wijn, hoe rood hij is, Hoe hij fonkelt in het glas. Wel glijdt hij zachtjes naar binnen, Vloeiend langs lippen en tanden.
31Do not gaze at wine while it is red, when it sparkles in the cup and goes down smoothly.
32Maar ten leste bijt hij als een slang, Is hij giftig als een adder.
32In the end it bites like a snake and stings like a viper.
33Uw ogen zien vreemde dingen, Uw hart slaat wartaal uit;
33Your eyes will see strange things, and your mind will utter perversities.
34Ge voelt u als iemand, die dobbert op zee, Als een matroos bij zware storm:
34You will be like one sleeping on the high seas or lying on the top of a mast:
35“Ze hebben me geslagen, en ik voelde het niet, Ze hebben me gebeukt, en ik merkte het niet! Wanneer ben ik weer wakker? Dan ga ik er nog eens op uit!”
35“They struck me, but I feel no pain! They beat me, but I did not know it! When can I wake up to search for another drink?”

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.