Spreuken
Chapter 4
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Berean Standard Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Berean Standard Bible
1Luistert kinderen, naar wat vader leert; Let op, om inzicht te krijgen.
1Listen, my sons, to a father’s instruction; pay attention and gain understanding.
2Ik prent u een gezonde leer in; Sla dus mijn lessen niet in de wind.
2For I give you sound teaching; do not abandon my directive.
3Toen ik voor mijn vader nog een kind was, Een teer en enig kind onder het oog van mijn moeder,
3When I was a son to my father, tender and the only child of my mother,
4Gaf hij mij onderricht en zeide tot mij: Neem mijn woorden ter harte, Neem mijn wenken in acht, en leef;
4he taught me and said, “Let your heart lay hold of my words; keep my commands and you will live.
5Doe wijsheid, en doe inzicht op, Vergeet mijn woorden niet, En wijk er nimmer van af!
5Get wisdom, get understanding; do not forget my words or turn from them.
6Verwaarloos haar niet, zij zal u behoeden, Als ge haar liefhebt, u beschermen.
6Do not forsake wisdom, and she will preserve you; love her, and she will guard you.
7Aanvang der wijsheid is: doe wijsheid op, Doe inzicht op, zoveel ge kunt;
7Wisdom is supreme; so acquire wisdom. And whatever you may acquire, gain understanding.
8Zij zal u verheffen, als ge haar hooghoudt, U aanzien verlenen, als ge haar omhelst;
8Prize her, and she will exalt you; if you embrace her, she will honor you.
9Zij vlecht om uw hoofd een sierlijke krans, En verrijkt u met een prachtige kroon!
9She will set a garland of grace on your head; she will present you with a crown of beauty.”
10Luister mijn zoon, neem mijn woorden aan, Opdat ge lange jaren moogt leven.
10Listen, my son, and receive my words, and the years of your life will be many.
11Ik wijs u de weg van de wijsheid, Doe u de paden van het recht betreden.
11I will guide you in the way of wisdom; I will lead you on straight paths.
12Gaat ge daarop, dan zal men uw tred niet belemmeren, Snelt ge daar voort, dan struikelt ge niet.
12When you walk, your steps will not be impeded; when you run, you will not stumble.
13Houd onverzwakt vast aan de tucht, Neem haar in acht, want zij is uw leven.
13Hold on to instruction; do not let go. Guard it, for it is your life.
14Begeef u niet op de weg der bozen, Ga niet voort op het pad der zondaars;
14Do not set foot on the path of the wicked or walk in the way of evildoers.
15Laat ze liggen, ga er niet overheen, Mijd ze, ga ze voorbij!
15Avoid it; do not travel on it. Turn from it and pass on by.
16Want ze rusten niet, of ze moeten kwaad kunnen doen, Ze gaan niet slapen, eer ze iemand hebben doen struikelen;
16For they cannot sleep unless they do evil; they are deprived of slumber until they make someone fall.
17Ze eten het brood der boosheid, En drinken de wijn der geweldenarij.
17For they eat the bread of wickedness and drink the wine of violence.
18Maar de weg der deugdzamen is als het morgenlicht, Dat gaandeweg opklaart, tot het dag is geworden.
18The path of the righteous is like the first gleam of dawn, shining brighter and brighter until midday.
19De weg der bozen gelijkt op een donkere nacht, Ze weten niet, waarover ze struikelen;
19But the way of the wicked is like the darkest gloom; they do not know what makes them stumble.
20Mijn zoon, schenk uw aandacht aan wat ik ga zeggen, Leg uw oor te luisteren naar mijn woorden;
20My son, pay attention to my words; incline your ear to my sayings.
21Laat ze niet wijken uit uw ogen, Bewaar ze diep in uw hart;
21Do not lose sight of them; keep them within your heart.
22Want ze zijn het leven voor hem, die ze vindt, Voor heel zijn lichaam genezing.
22For they are life to those who find them, and health to the whole body.
23Bewaak dus uw hart met de uiterste zorg, Want daar ligt de oorsprong des levens.
23Guard your heart with all diligence, for from it flow springs of life.
24Verwijder van u een onbetrouwbare mond, Houd verre van u venijnige lippen;
24Put away deception from your mouth; keep your lips from perverse speech.
25Laat uw ogen vrij voor zich uitzien, Uw wimpers zich richten recht voor u uit.
25Let your eyes look forward; fix your gaze straight ahead.
26Effen de weg voor uw voet, Geef richting aan uw wegen;
26Make a level path for your feet, and all your ways will be sure.
27Wijk niet af naar rechts of naar links, Houd uw voet verre van het kwaad.
27Do not swerve to the right or to the left; turn your feet away from evil.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.