Judas
Chapter 1

Judas

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Berean Standard Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Berean Standard Bible
1Judas, dienaar van Jesus Christus, en broeder van Jakobus: aan de uitverkorenen, door God den Vader bemind en voor Jesus Christus behouden:
1Jude, a servant of Jesus Christ and a brother of James, To those who are called, loved by God the Father, and kept in Jesus Christ:
2Barmhartigheid, vrede en liefde zij in volle mate uw deel!
2Mercy, peace, and love be multiplied to you.
3Geliefden, daar ik u vol ijver over ons gemeenschappelijk heil wilde schrijven, heb ik mij verplicht gezien, u door een schrijven aan te sporen, om te strijden voor het geloof, dat eens en voor al aan de heiligen is overgeleverd.
3Beloved, although I made every effort to write to you about the salvation we share, I felt it necessary to write and urge you to contend earnestly for the faith entrusted once for all to the saints.
4Want er zijn enige lieden binnengeslopen, die reeds lang te voren opgeschreven staan voor dit doemvonnis: goddelozen, die de genade van onzen God in liederlijkheid verkeren, en Jesus Christus verloochenen, onzen enigen Meester en Heer.
4For certain men have crept in among you unnoticed—ungodly ones who were designated long ago for condemnation. They turn the grace of our God into a license for immorality, and they deny our only Master and Lord, Jesus Christ.
5En nu gij eenmaal dit alles weet, wil ik u ook in herinnering brengen, hoe de Heer het Volk uit het land van Egypte verloste, maar later de ongelovigen in het verderf heeft gestort;
5Although you are fully aware of this, I want to remind you that after Jesus had delivered His people out of the land of Egypt, He destroyed those who did not believe.
6hoe Hij de engelen, die hun Heerschappij niet bewaarden, maar hun eigen woonsteden verlieten, met eeuwige boeien in de duisternis vasthoudt voor het gericht van de grote Dag;
6And the angels who did not stay within their own domain but abandoned their proper dwelling—these He has kept in eternal chains under darkness, bound for judgment on that great day.
7hoe Sódoma en Gomorra met de omliggende steden, die ontucht bedreven evenals zij, en tegennatuurlijke vleselijke lusten hebben nagejaagd, tot een voorbeeld gesteld zijn van de straf door het eeuwige vuur.
7In like manner, Sodom and Gomorrah and the cities around them, who indulged in sexual immorality and pursued strange flesh, are on display as an example of those who sustain the punishment of eternal fire.
8Zo bezoedelen ook deze dromers hun vlees; ze verachten de Heerschappij, en beschimpen de Heerlijkheden.
8Yet in the same way these dreamers defile their bodies, reject authority, and slander glorious beings.
9Welnu, zelfs de Aartsengel Mikaël durfde geen smadend oordeel vellen, toen hij met den duivel over het lichaam van Moses twistte, maar hij zeide: “De Heer bestraffe u!”
9But even the archangel Michael, when he disputed with the devil over the body of Moses, did not presume to bring a slanderous charge against him, but said, “The Lord rebuke you!”
10Deze lieden echter beschimpen wat ze niet kennen; en wat ze kennen op natuurlijke wijze als redeloos vee, daarmee gaan ze te gronde.
10These men, however, slander what they do not understand, and like irrational animals, they will be destroyed by the things they do instinctively.
11Wee over hen! Want ze slaan de weg van Kaïn in; om loon werpen ze zich op Bálaäms bedrog; ze komen om in de opstand van Kore.
11Woe to them! They have traveled the path of Cain; they have rushed headlong into the error of Balaam; they have perished in Korah’s rebellion.
12Ze zijn de schandvlekken op uw liefdemalen, schaamteloze brassers, die zichzelf weiden; wolken zonder water, voortgestuwd door de wind; bomen zonder vrucht in de herfst, morsdood en ontworteld;
12These men are hidden reefs in your love feasts, shamelessly feasting with you but shepherding only themselves. They are clouds without water, carried along by the wind; fruitless trees in autumn, twice dead after being uprooted.
13woeste golven der zee, die hun eigen schande opspatten; dwaalsterren, wie diepste duisternis voor eeuwig wacht.
13They are wild waves of the sea, foaming up their own shame; wandering stars, for whom blackest darkness has been reserved forever.
14Tegen hen heeft Henok, de zevende van Adam af, aldus geprofeteerd: “Zie de Heer komt met zijn tienduizenden heiligen,
14Enoch, the seventh from Adam, also prophesied about them: “Behold, the Lord is coming with myriads of His holy ones
15om gericht te houden over allen, en om alle goddelozen te straffen voor al hun goddeloze werken, die ze verrichten, en voor al de vermetele woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem spreken.”
15to execute judgment on everyone, and to convict all the ungodly of every ungodly act of wickedness and every harsh word spoken against Him by ungodly sinners.”
16Dat zijn de morrende klagers, die leven naar hun eigen lusten; hun mond bralt hoogmoed, ze vleien anderen uit winstbejag.
16These men are discontented grumblers, following after their own lusts; their mouths spew arrogance; they flatter others for their own advantage.
17Gij echter, geliefden, weest de woorden indachtig, die door de apostelen van onzen Heer Jesus Christus zijn voorspeld;
17But you, beloved, remember what was foretold by the apostles of our Lord Jesus Christ
18want ze hebben u gezegd: “Op het einde der tijden zullen er spotters opstaan, die leven naar hun eigen goddeloze lusten.”
18when they said to you, “In the last times there will be scoffers who will follow after their own ungodly desires.”
19En dit zijn zij, die scheuring verwekken, profanen, die den Geest niet bezitten.
19These are the ones who cause divisions, who are worldly and devoid of the Spirit.
20Gij echter, geliefden, bouwt voort op uw allerheiligst geloof, bidt in den heiligen Geest,
20But you, beloved, by building yourselves up in your most holy faith and praying in the Holy Spirit,
21bewaart uzelf in Gods liefde, en rekent op de barmhartigheid van onzen Heer Jesus Christus ten eeuwigen leven.
21keep yourselves in the love of God as you await the mercy of our Lord Jesus Christ to bring you eternal life.
22Hebt medelijden met hen die twijfelen; redt ze en rukt ze uit het vuur.
22And indeed, have mercy on those who doubt;
23Maar hebt medelijden met hen in vreze, en haat zelfs het kleed, dat door het vlees is bezoedeld.
23save others by snatching them from the fire; and to still others show mercy tempered with fear, hating even the clothing stained by the flesh.
24Aan Hem, die machtig is, u voor struikelen te behoeden, en vlekkeloos in jubelende vreugde u voor zijn Glorie te plaatsen;
24Now to Him who is able to keep you from stumbling and to present you unblemished in His glorious presence, with great joy—
25—aan den enigen God, onzen Redder door Jesus Christus onzen Heer, aan Hem zij de glorie en grootheid, de kracht en de macht vóór alle eeuwigheid, en nu en in alle eeuwigheid. Amen!
25to the only God our Savior be glory, majesty, dominion, and authority through Jesus Christ our Lord before all time, and now, and for all eternity. Amen.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.