Psalmen 61
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
1Voor muziekbegeleiding; met harpen. Van David. Hoor toch, o God, mijn gejammer, En let op mijn smeken:
1(다윗의 시. 영장으로 현악에 맞춘 노래) 하나님이여, 나의 부르짖음을 들으시며 내 기도에 유의하소서
2Van het einde der aarde roep ik tot U In de beklemmende angst van mijn hart. Stel mij hoog op de Rots, en laat mij daar rusten,
2내 마음이 눌릴 때에 땅 끝에서부터 주께 부르짖으오리니 나보다 높은 바위에 나를 인도하소서
3Want Gij zijt mijn toevlucht en sterkte tegen den vijand;
3주는 나의 피난처시요 원수를 피하는 견고한 망대심이니이다
4Laat mij in uw woontent voor eeuwig uw gast zijn, En mij verbergen in de schaduw uwer vleugelen.
4내가 영원히 주의 장막에 거하며 내가 주의 날개 밑에 피하리이다 (셀라)
5Want Gij hoort mijn beloften, o mijn God, En vervult de wens van hen, die uw Naam vrezen:
5하나님이여, 내 서원을 들으시고 주의 이름을 경외하는 자의 얻을 기업을 내게 주셨나이다
6Vermeerder de dagen des konings, En zijn jaren van geslacht tot geslacht;
6주께서 왕으로 장수케 하사 그 나이 여러 대에 미치게 하시리이다
7Moge hij altijd voor Gods aangezicht tronen, En liefde en trouw hem behoeden.
7저가 영원히 하나님 앞에 거하리니 인자와 진리를 예비하사 저를 보호하소서
8Dan zal ik uw Naam in eeuwigheid prijzen, Dag aan dag U mijn dankoffer brengen!
8그리하시면 내가 주의 이름을 영원히 찬양하며 매일 나의 서원을 이행하리이다
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.