Psalmen 61
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Voor muziekbegeleiding; met harpen. Van David. Hoor toch, o God, mijn gejammer, En let op mijn smeken:
1Проводиреві хора: при струнах; Давидова. Почуй Боже просьбу мою, вислухай молитву мою!
2Van het einde der aarde roep ik tot U In de beklemmende angst van mijn hart. Stel mij hoog op de Rots, en laat mij daar rusten,
2З кінця землї взиваю до тебе, бо серце моє ниє; ти виведеш мене на скелю, що за висока для мене.
3Want Gij zijt mijn toevlucht en sterkte tegen den vijand;
3Ти бо був прибіжище моє, сильна защита від ворога.
4Laat mij in uw woontent voor eeuwig uw gast zijn, En mij verbergen in de schaduw uwer vleugelen.
4Дай менї жити в шатрі твоїм по віки, знайти притулок під покровом крил твоїх.
5Want Gij hoort mijn beloften, o mijn God, En vervult de wens van hen, die uw Naam vrezen:
5Бо ти, Боже, вислухав обітницї мої, дав менї наслїддє тих, що бояться імени твого.
6Vermeerder de dagen des konings, En zijn jaren van geslacht tot geslacht;
6Причини, Боже, днї до днїв цареві; лїта його з роду в рід.
7Moge hij altijd voor Gods aangezicht tronen, En liefde en trouw hem behoeden.
7Нехай буде він вічно перед лицем Божим. Даруй ласку і правду, щоб стерегли його.
8Dan zal ik uw Naam in eeuwigheid prijzen, Dag aan dag U mijn dankoffer brengen!
8Так прославляти му імя твоє по віки, сповняючи день в день обітницї мої.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.