Psalmen 22
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Voor muziekbegeleiding; wijze: De hinde van de dageraad. Een psalm van David. Mijn God, mijn God, zie op mij neer; Waarom hebt Gij mij verlaten? Waarom houdt Gij U ver van mijn hulp, Ver van mijn jammerklachten, mijn God?
1Проводиреві хора: Після „Досьвітна ланя‟; псальма Давидова. Боже мій, Боже! Чому опустив єси мене — став оддалеки від ратунку мого, від слів мого стогнання.
2Ik roep overdag, Gij antwoordt niet; Des nachts, maar ik vind geen rust.
2Боже мій! Кличу в день, а ти не озвешся, і вночі, та й нема менї впокою.
3Toch troont Gij in het heiligdom, Gij, Israëls hoop!
3Ти ж сьвятий живеш, прославлений від Ізраїля.
4Op U hebben onze vaderen vertrouwd, Op U zich verlaten, Gij hebt ze verlost;
4На тебе вповали батьки наші; вони вповали, і ти заступив їх.
5Tot U geroepen, ze werden gered, Op U gerekend, ze zijn niet beschaamd.
5До тебе кликали вони, і спаслися; на тебе вповали, і не посоромлено їх.
6Doch ik ben maar een worm en geen mens, Door de wereld bespot, veracht door het volk;
6Але ж я червяк, не чоловік, людям посьміховиско і народові погорда.
7Al die mij zien, lachen mij uit, Grijnzen, en schudden meewarig het hoofd:
7Всї, що дивляться на мене, кепкують; щирять зуби, покивуючи головами.
8“Hij heeft op Jahweh vertrouwd. Laat Die hem nu helpen, En hem verlossen, wanneer Hij hem liefheeft!”
8Він вповає на Господа! Нехай же спасе його та визволить, коли він вподобав його.
9Ja, Gij zijt het, die mij uit de schoot hebt genomen, Die mij veilig deedt rusten aan de borst mijner moeder;
9Ти бо визволив мене з лона матері, і при грудях матері моєї дав менї спочивати.
10Bij mijn geboorte werd ik op uw knieën gelegd, Gij zijt mijn God van de moederschoot af.
10Для тебе я призначений, як тілько вродився; від матернього лона почавши, ти єси Бог мій.
11Blijf dus niet verre van mij, Want de nood is nabij, en er is niemand die helpt!
11Не відступай далеко від мене! Бо нещастє близько, а нема заступника в мене.
12Bonkige stieren staan om mij heen, Buffels van Basjan omsingelen mij;
12Обгорнула мене дика гущавина; бугаї Базанські обступили мене.
13Ze sperren hun muil naar mij open Als verscheurende, brullende leeuwen.
13Роззявили ротища свої, як лев рикаючий, що здобич шматує.
14Als water ben ik uitgegoten, Al mijn beenderen zijn ontwricht; Mijn hart is als was, Smelt weg in mijn borst.
14І став я, як вода розлита, всї сустави мої розвязались; серце моє, як той віск, у внутрі моїм розтопилось.
15Mijn keel is droog als een scherf, Mijn tong kleeft aan mijn gehemelte vast; En in het stof van de dood Strekt Gij mij neer.
15Сила моя висохла, мов череповина, і язик мій присох до піднебіння; ти кинув мене між порохи смертні.
16Dan komen honden om mij heen, Een bende boosdoeners houdt mij omlegerd; Ze doorboren mijn handen en voeten,
16Бо собаки обсїли мене, голота злюків облягла мене; перекопали руки і ноги мої;
17Al mijn beenderen kan ik tellen. Ze werpen begerige blikken, En gluren mij aan;
17Всї ребра мої міг би я полїчити; вони дивляться на мене, і не надивляться;
18Verdelen mijn kleren onder elkander, En loten om mijn gewaad.
18Вони розпаювали між себе одїж мою, і на кожну одежину кидали жереб.
19O Jahweh, blijf toch niet in de verte; Mijn Sterkte, snel mij te hulp!
19Але ти, Господи, зостанься не далеко! моя сило, прийди менї в поміч!
20Bescherm mijn leven tegen het zwaard, Het enige, dat mij nog rest, tegen de honden;
20Сохрани від меча душу мою вбогу, від лаб собачих;
21Red mij uit de muil van den leeuw, Mij arme, van de hoornen der buffels.
21Спаси мене із пельки львиної! Так, ти вислухав мене, почувши буйволові роги.
22Dan zal ik uw Naam aan mijn broeders verkonden, In de kring der gemeente U prijzen:
22Звіщати му імя твоє братам моїм; хвалити му тебе серед громади.
23“Looft Jahweh, gij die Hem vreest, Heel Jakobs geslacht; Brengt Hem ere en siddert voor Hem, Alle kinderen van Israël!”
23Ви, що боїтесь Господа, вихваляйте його; всї роди Якова, прославляйте його, і майте страх перед ним, всї поколїння Ізраїлеві!
24“Want nimmer heeft Hij versmaad of veracht De ellende van den verdrukte; Zijn aanschijn voor hem niet verborgen, Maar hem verhoord, als hij Hem riep!”
24Він бо не мерзиться і не гордує бідним у злиднях, і не одвертає лиця свого від него; і молитву його він вислухає.
25Dit zal mijn danklied voor U zijn In de grote gemeente! Dan zal ik ook mijn belofte vervullen Aan hen, die Hem vrezen:
25Від тебе хвала моя у великому зборі; обітницї мої сповню перед тими, що бояться його.
26De armen zullen eten, En worden verzadigd; Die Jahweh zoeken, zullen Hem loven. En hun hart zal eeuwig worden verkwikt.
26Покірні їстимуть і наситяться; хвалити муть Господа ті, що його шукають, серце ваше жити ме по віки.
27Alle grenzen der aarde zullen het gedenken, En zich tot Jahweh bekeren, Alle stammen der heidenen Hem aanbidden!
27Схаменуться і навернуться до Господа всї кінцї землї; і перед тобою поклоняться всї поколїння народів.
28Want Jahweh komt het koningschap toe, Hij is de Heerser der volken;
28Бо Господнє є царство, і він царює над народами.
29Hem alleen moeten huldigen alle machten der aarde! Dan buigen zich ook voor Hem neer, die in het stof zijn gezonken, En geen leven meer hebben.
29Живляться і падають ниць всї тучні землї; перед ним поклоняться всї, що в порох повертаються, і хто не вдержить душі своєї живою.
30Dan zal ook mijn zaad Hem dienen, En van den Heer gaan vertellen aan het volgend geslacht,
30Одно насїннє буде служити йому; буде залїчене Господеві, як рід.
31Zijn goedheid verhalen aan het volk, dat nog geboren moet worden: Dat het Jahweh was, die het volbracht!
31Вони прийдуть і звістять людям, що народяться, правоту його, що так устроїв.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.