Psalmen 127
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Een bedevaartslied; van Salomon. Wanneer Jahweh het huis niet bouwt, Is het zwoegen der bouwlieden ijdel; Wanneer Jahweh de stad niet behoedt, Waken de wachters vergeefs.
1Посходня пісня Соломонова. Коли Господь не будує дому, даремно трудяться будівничі; коли Господь не стереже міста; даремне пильнує сторожа.
2Dan heeft het geen zin, vroeg op te staan, Of laat u te ruste te leggen; Gij eet dan het brood in uw zweet: Maar dien Hij liefheeft, geeft Hij het ook in de slaap.
2Даремне встаєте ви рано, лягаєте пізно, і їсьте хлїб гіркий; дає він і сон тим, кого любить.
3Waarachtig; zonen zijn geschenken van Jahweh, De vrucht van de schoot een beloning!
3Ось і дїти, наслїддє Господнє, плід тїлесний народа.
4Als pijlen in de hand van den strijder, Zijn de zonen, verwekt in de jeugd;
4Як стріли в руках сильного, так сини молодого віку.
5Gelukkig de man, Die er zijn koker van vol heeft: Hij hoeft niet verlegen te staan, Als hij onder de poort met zijn vijanden twist.
5Щасливий чоловік, що наповнив ними сагайдака свого!
no verse 6 in this text
6Не осоромляться вони, говоривши у воротях з ворогами.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.