Psalmen 59
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Voor muziekbegeleiding; “Verderf niet.” Een puntdicht van David, toen Saül het huis liet bewaken, om hem te doden. Red mij van mijn vijanden, o mijn God, Bescherm mij tegen mijn verdrukkers;
1Проводиреві хора: „Не пропадеш!‟ Памятна пісня Давидова, як Саул післав стерегти дім його, щоб вбити його. Визволь мене від ворогів моїх, мій Боже! Оборони мене від тих, що встали проти мене.
2Bevrijd mij van de woestelingen, Verlos mij van de bloeddorstigen.
2Визволь мене від тих, що роблять беззаконнє, і спаси мене від кровожадних!
3Want zie, ze belagen mijn leven, En geweldenaars grijpen mij aan;
3Ось бо вони чигають на душу мою; сильні збираються на мене не за переступ мій і не за гріх мій, Господи!
4O Jahweh, ofschoon ik niets kwaads of verkeerds heb gedaan, En geen schuld er aan heb, lopen zij uit en wachten mij op. Sta op! Snel mij te hulp en zie toe,
4Без вини моєї збігаються і готовляться; встань на поміч менї й поглянь!
5Jahweh der heirscharen, Israëls God! Ontwaak, om al die trotsaards te straffen, Spaar geen van die valse verraders!
5Встань, Господи, Боже сил небесних, Боже Ізраїлський, щоб побачити всї ті народи! Не пощади нї одного з тих невірних беззаконників!
6Iedere avond komen ze terug. En lopen de stad rond, jankend als honden.
6Вечером вертають назад, виють, як собаки, і кругом обходять город.
7Zie, ze kwijlen smaad uit hun mond, En het ligt op hun lippen: “Wie wil er wat horen!”
7Ось, губами своїми верзяють, мечі в устах їх, бо, думають вони, хто почує?
8Maar Jahweh, Gij lacht ze uit, En drijft met al die trotsaards de spot!
8А ти, Господи, посьмієшся над ними, осоромиш всї народи.
9Mijn Sterkte, aan U klamp ik mij vast, Want Gij zijt mijn toevlucht, o God!
9Сило моя! До тебе я обертаюсь, ти бо прибіжище моє.
10Mijn God, uw goedheid trede mij tegen, En doe mij op mijn vijanden neerzien, o God.
10Бог милосердний на зустріч менї вийде; Бог дасть менї втїху над ворогами моїми.
11Neen, spaar ze niet, opdat ze mijn volk niet verleiden; Maar doe ze vallen, en stort ze neer door uw kracht.
11Не повбивай їх, щоб не забув народ мій! Розсип їх потугою своєю, і притисни їх, Господи, защитнику наш!
12Vergeld hun, o Heer, het kwaad van hun mond En het woord hunner lippen; Laat ze in hun eigen trots zich verstrikken, Om de vloeken en leugens, die ze hebben gesproken.
12За гріхи губ їх, за слова уст їх, нехай спіймаються в гординї своїй, і за проклони і за брехню, котру росказують.
13Maak een eind aan hun woede, Maak een eind aan hun trots, Opdat ze erkennen, dat God heerst in Jakob Tot aan de grenzen der aarde.
13Зроби конець в яростї, зроби конець, щоб їх більш не було, щоб пізнали, що Бог править над родом Якова аж по край землї.
14Laat ze terugkomen, iedere avond opnieuw, En door de stad lopen, jankend als honden,
14А вечером нехай вертають назад, нехай виють, як собаки, і кругом города ходять.
15Rondzwervend, om vreten te zoeken, En blaffen, wanneer ze niet vol zijn.
15Нехай шляються за їдою, і неситі ночують.
16Maar ìk zal uw almacht bezingen, Elke morgen uw goedertierenheid prijzen; Want Gij zijt mijn schuts, Mijn toevlucht in tijden van nood.
16А я про силу твою буду сьпівати, і вранцї прославляти благость твою; ти бо був великою зашитою моєю, і прибіжищем в день тїсноти моєї.
17Mijn Sterkte, U wil ik loven; Want Gij zijt mijn toevlucht, o God, mijn genadige God!
17Тобї, сило моя, буду сьпівати псальми; Бог бо защита моя, Бог помилує мене.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.