Psalmen
Chapter 33
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Gij rechtvaardigen, heft Jahweh een jubelzang aan; De psalm is een lust voor de vromen!
1Радуйтесь, праведні в Господї! Щирим личить сьпівати псальми.
2Looft Jahweh met citers, Bespeelt voor Hem de tiensnarige harp;
2Прославляйте Господа на гуслях; сьпівайте псальми при гарфі десятострунній.
3Stemt een nieuw lied voor Hem aan, Tokkelt de lieren, lustig en luid!
3Засьпівайте йому нову пісню! Грайте-вигравайте з веселим відгуком.
4Want Jahweh’s woord is waarachtig, Onveranderlijk al zijn daden.
4Бо праве слово Господнє, і всї дїла його вірні.
5Gerechtigheid en recht heeft Hij lief; Van Jahweh’s goedheid is de aarde vol.
5Він любить справедливість і правду; земля повна доброти Господа.
6Door het woord van Jahweh zijn de hemelen gemaakt, Door de adem van zijn mond heel hun heir;
6Словом Господнїм сотворені небеса, і все войнство їх — подихом уст його.
7Hij verzamelde het water der zee in een zak, Legde de oceanen in schuren op.
7Він збирає всї морські води до купи, і русла для поводї прокладає.
8Heel de aarde moet Jahweh vrezen, Al de bewoners der wereld Hem duchten.
8Нехай боїться Господа вся земля! Перед ним нехай мають страх всї, що жиють на сьвітї!
9Want Hij sprak: en het was; Hij gebood: en het stond.
9Бо він сказав, і було так; він звелїв, і сталось.
10De raadslagen der volken gooit Jahweh omver, Hij verijdelt de plannen der naties;
10Господь повертає в нїщо раду народів, він нївечить задуми людські.
11Maar Jahweh’s raadsbesluit staat in eeuwigheid vast: Wat zijn hart heeft bedacht, van geslacht tot geslacht.
11Присуд Господнїй тріває вічно, помисли серця його з роду в рід.
12Gelukkig de natie, die Jahweh tot God heeft, Het volk, dat Hij Zich tot erfdeel verkoos!
12Щасливі народи, що зовуть Господа Богом своїм, — народ, що вибрав його собі за власність!
13Jahweh ziet neer uit de hemel, Richt zijn blik op alle kinderen der mensen.
13Господь поглядає з неба, він бачить всїх дїтей людських.
14Hij let van de plaats, waar Hij troont, Op alle bewoners der aarde:
14З престола дому свого дивиться він на всїх живущих на землї;
15Hij, die aller hart heeft geschapen, En al hun daden doorgrondt.
15Він, що сотворив усї серця їх, що знає всї дїла їх.
16Geen koning overwint door de macht van zijn heir, Geen held wordt gered door geweldige kracht;
16Не спасає царя велике військо його, і не визволиться лицарь великою силою своєю.
17Ook het ros kan de zege niet schenken, Door zijn grote snelheid niet redden.
17Марна надїя спастись конем; хоч велика в його сила, не втїкти йому.
18Maar het oog van Jahweh rust op hen, die Hem vrezen, En die op zijn goedheid vertrouwen:
18Ось бо Господнї очі на тих, що бояться його, на тих, що вповають на милосердє його,
19Om ze te redden van de dood, Ze in het leven te houden bij hongersnood.
19Щоб рятувати душу їх од смертї, і спасти життє під час голоднечі.
20Onze ziel blijft opzien tot Jahweh: Hij is onze hulp en ons schild;
20Душа наша чекає на Господа; він наша поміч і щит наш.
21In Hem verheugt zich ons hart, Wij vertrouwen op zijn heilige Naam.
21Ним звеселиться серце наше, бо ми вповали на сьвяте імя його.
22Uw genade, o Jahweh, dale over ons neer, Naarmate wij op U blijven hopen!
22Милосердє твоє, Господи, нехай буде над нами, ми бо вповали на тебе.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.