Psalmen 126
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Een bedevaartslied. Toen Jahweh Sion uit de ballingschap bracht, Was het ons als een droom;
1Посходня пісня. Як вертав Господь невольників Сиона, були ми, наче в снї нам здавалось.
2Toen werd onze mond met lachen gevuld, Onze tong met gejubel. Toen zei men onder de volken: “Jahweh heeft hun grote dingen gedaan!”
2Тодї були уста наші повні втїхи, а з губ наших піснї лунали. Тодї між народами казали: Велике дїло сотворив Господь над ними!
3Ja, grote dingen heeft Jahweh ons gedaan; En daarom zijn wij verheugd!
3Велике диво явив Господь над нами; ми радїли серцем.
4Ach Jahweh, wend ons lot weer ten beste, Als voor de dorre greppels van Négeb:
4Верни, Господи, невільників наших, як потоки на спражену землю!
5Die nu zaaien met tranen, Laat ze maaien met jubel!
5Хто сїє з сльозами, той збере з піснями.
6Met geween trekt men op, Om het zaad uit te strooien: Maar met gejuich keert men terug, Met schoven beladen!
6Іде з плачом, несе сїмя сїяти; вертає домів веселий, несучи снопи свої.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.