Psalmen 99
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Jahweh is Koning: de volkeren rillen; Hij troont op de Cherubs: de aarde beeft.
1Господь царює; нехай обійме страх народи; престіл його на херувимах: нехай земля трясеться.
2Jahweh is groot op de Sion, Hoog boven alle volkeren verheven;
2Великий Господь на Сионї, і високий над усїма народами.
3Ze prijzen uw grote, ontzaglijke Naam: Hij is heilig en machtig!
3Нехай славлять імя його; велике, страшне — сьвяте воно!
4Gij zijt een Koning, die de gerechtigheid liefhebt, Gij handhaaft het recht; Recht en gerechtigheid hebt Gij in Jakob gegrond.
4І силу царя, що любить правосуддє! Ти утверджуєш правоту, ти судиш право і справедливість в Якова.
5Prijst dan Jahweh, onzen God, En werpt u neer voor zijn voetbank: Want heilig is Jahweh, onze God!
5Вознесїть Господа, Бога нашого, і поклонїтесь у підніжя ніг його! Сьвятий він!
6Een Moses en Aäron waren onder zijn priesters, Een Samuël onder de belijders van zijn Naam: Ze riepen tot Jahweh, en Hij heeft ze verhoord,
6Мойсей і Аарон між сьвященниками його, і Самуїл між тими, що призивають імя його; вони возвали до Господа, і він дав їм відповідь.
7En in een wolkkolom tot hen gesproken. Ze hadden zijn geboden volbracht, De wet, die Hij hun had gegeven:
7В облачному стовпі промовляв до них; вони держали сьвідчення і заповіт його, що дав їм.
8Daarom hebt Gij, Jahweh, onze God, hen verhoord; Gij waart hun een God, die vergiffenis schonk, En hun daden niet strafte.
8Господи, Боже наш, ти озвався до них! Ти був для них Богом, що прощає і мстительом за лихі дїла їх.
9Prijst dan Jahweh, onzen God, En werpt u neer voor zijn heilige berg: Want heilig is Jahweh, onze God!
9Вознесїте Господа, Бога нашого, і поклонїтесь на сьвятій горі його! Бо сьвятий Господь, Бог наш.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.