Psalmen 45
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Voor muziekbegeleiding; op de wijze van: “Leliën” Van de zonen van Kore; een minnelied. Een heerlijk lied ontwelt aan mijn hart, Ik wil den Koning mijn zang doen horen; Mijn tong is als een vlotte pen:
1Проводиреві хора: під кобзу шестиструнну; для синів Корея в науку; пісня любощів. Із мого серця добре слово ллється. Я кажу: Моя пісня цареві! Язик мій, як тростинка в руцї вправного писаря.
2Gij zijt de schoonste onder de kinderen der mensen, Aanminnigheid ligt op uw lippen, Zo heeft God U voor eeuwig gezegend.
2Ти красотою понад синами людськими; люба врода розлилась на губах твоїх; тому благословив тебе Бог по віки.
3Gord uw zwaard om de heupen, o held, Omkleed U met glorie en luister;
3Привяжи, лицарю, меча твого на поясницї, меча слави твоєї і величия твого.
4Vol moed op uw ros voor waarheid, onschuld en recht! Uw rechterhand lere U machtige daden;
4І в потузї твоїй йди щасливо задля правди і лагідностї і справедливостї; і навчить тебе страшного правиця твоя.
5Scherp zijn uw pijlen: volkeren liggen onder uw voet, ‘s Konings vijanden ontzinkt de moed!
5Стріли твої гострі в серце ворогам царя! Від них падають народи під тобою.
6Uw troon staat vast in de eeuwen der eeuwen, Uw koningsschepter is een schepter van recht;
6Престол твій, Боже, по всї віки, жезло правоти — жезло царства твого.
7Gij hebt de gerechtigheid lief, maar haat de boosheid. Daarom heeft Jahweh, uw God, U gezalfd Met vreugde-olie als geen uwer broeders;
7Ти полюбив справедливість і зненавидїв беззаконнє; для того помазав тебе Бог, твій Бог, миром радостї, понад товаришами твоїми.
8Al uw kleren geuren van mirre, aloë en laurier. Uit ivoren paleizen juichen de harpen U toe,
8Миро, алое і кассія, се все шати твої, що приносять тобі в палатах із слоневої костї, де звеселяють тебе піснями, виграваючи на струнах.
9Koningsdochters staan onder uw schonen; Daar treedt de Koningin aan uw rechter in ofir-brocaat!
9Між твоїми красотами царські дочки; праворуч коло тебе стоїть цариця в золотї Офирському.
10Hoor, Dochter! Zie, en neig uw oor, Vergeet uw volk en het huis van uw vader:
10Слухай, дочко, і глянь та й прихили ухо твоє, і забудь про нарід твій і дім батька твого!
11Laat de Koning uw schoonheid begeren; Breng Hem uw hulde, want Hij is uw Heer!
11І буде люба врода твоя цареві; як що він Господь твій, то поклонися йому чесно!
12Dan komt de dochter van Tyrus tot U met geschenken, En zoeken de rijkste volken uw gunst.
12І дочки Тирські, дуки народів, з дарами шукати муть лице твоє.
13Enkel lieftalligheid ligt op het gelaat der koninklijke Dochter, Met goud doorweven is haar ornaat;
13Преславна там царівна; шати її золотом ткані;
14Over bonte tapijten wordt zij voor den Koning geleid, Als bruidsmeisjes volgen haar de vriendinnen;
14У пишних шатах поведуть її до царя; за нею приведуть до тебе дївиць, другинь її.
15En onder gejuich en gejubel Trekken zij in het paleis van den Koning!
15Приведуть їх серед найбільшої радостї і веселостї, увійдуть вони в палату царя.
16Dan worden in plaats van uw vaderen U zonen geboren, En Gij stelt ze over heel de aarde tot koningen aan.
16На місцї батьків твоїх будуть сини твої; зробиш їх князями по цїлій землї.
17Zij zullen uw Naam doen gedenken Van geslacht tot geslacht; En volken zullen U prijzen Voor eeuwig en immer!
17Згадувати му імя твоє всякого часу; тому прославляти муть тебе народи по віки вічні.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.