Psalmen 80
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Voor muziekbegeleiding; op de wijze: “Leliën der Wet.” Een psalm van Asaf. Herder van Israël, ach, wil toch horen: Gij, die Josef leidt als een kudde; Die troont op de Cherubs, laat stralen uw licht
1Проводиреві хора: На Шошанїм; сьвідченнє Асафове, псальма. Пастирю Ізраїля, послухай! Ти, що ведеш Йосифа, як стадо, що сидиш між херувимами, явись у сяєві!
2Over Efraïm, Benjamin en Manasse; Doe uw kracht weer ontwaken, En kom ons te hulp!
2Перед Ефремом і Бенямином, і Манассією збуди силу твою і прийди на спасеннє наше!
3O God, richt ons weer op; Laat uw aanschijn lichten, dat we worden gered!
3Боже, верни нас назад, засияй лицем твоїм і ми спасемся.
4God der heirscharen, Jahweh, Hoelang nog blijft Gij vergramd ondanks het gebed van uw volk!
4Господи, Боже сил небесних, доки буде палати гнїв твій проти благання народу твого!
5Hoelang nog laat Gij ons tranenbrood eten, En tranen drinken bij stromen;
5Ти годував їх гірким хлїбом і мірницею поїв їх сльозами.
6Maakt Gij ons tot twistappel voor onze buren, En zal onze vijand de spot met ons drijven?
6Ти віддав нас сусїдам нашим на ворогуваннє їх, і вороги наші ругаються між собою над нами.
7God der heirscharen, richt ons weer op; Laat uw aanschijn lichten, dat we worden gered!
7Боже сил небесних, засияй лицем твоїм, і ми спасемся!
8Een wijnstok hebt Gij uit Egypte overgebracht, Volkeren uitgetrokken, om hem te planten;
8Ти принїс виноградину з Египту, прогнав народи і посадив її.
9Gij hebt hem plaats gemaakt, zodat hij wortel kon schieten, En het hele land kon begroeien.
9Ти зробив місце кругом неї, і запустила вона коріннє, і заняла країну.
10Zijn lommer bedekte de bergen, Zijn ranken Gods ceders;
10Гори покрились тінню її, а віттє її було, як у кедрів Божих.
11Hij strekte zijn takken uit tot de Zee, Zijn loten naar de Rivier.
11Простерла китицї свої аж понад море, а парости свої аж до ріки.
12Maar waarom hebt Gij dan zijn omheining vernield, Zodat iedereen, die voorbij gaat, hem leeg plukt,
12Чому розвалив єси мури її, так що всї обривають її, чия веде сюди дорога.
13Het everzwijn uit het woud hem ontwortelt, Het veldgedierte hem kaal vreet?
13Підриває її лїсовий вепер, і спасає луговий зьвір.
14Jahweh der heirscharen, ach, keer toch terug, Blik neer uit de hemel, zie toe; Zoek deze wijnstok weer op,
14Боже сил небесних, обернися ж! Глянь з неба і подивися, і завитай у виноградник,
15De stek, die uw rechterhand heeft geplant!
15І сохрани пароста, котрого посадила правиця твоя й виростила, котрого ти укріпив для себе.
16Laat, die hem als vuilnis verbranden, Vergaan voor uw dreigende blik!
16Спалено його вогнем, зрубано його; погибли вони від докору лиця твого.
17Maar laat uw hand op de man blijven rusten, Uw rechter op het mensenkind, dat Gij groot hebt gebracht;
17Рука твоя нехай буде над чоловіком правицї твоєї, над сином людським, котрого ти укріпив для себе.
18Laat ons toch nimmermeer van U wijken, Maar doe ons weer leven, en wij eren uw Naam!
18І не відступимо від тебе; оживи нас, і будемо взивати імя твоє.
19God der heirscharen, Jahweh, richt ons weer op; Laat uw aanschijn lichten, dat we worden gered!
19Господи, Боже сил небесних, верни нас назад! Засияй лицем твоїм, і спасемся!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.