Psalmen 80
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Voor muziekbegeleiding; op de wijze: “Leliën der Wet.” Een psalm van Asaf. Herder van Israël, ach, wil toch horen: Gij, die Josef leidt als een kudde; Die troont op de Cherubs, laat stralen uw licht
1領 約瑟 如領羊群之 以色列 的牧者啊,求你留心聽! 坐在二基路伯上的啊,求你發出光來!
2Over Efraïm, Benjamin en Manasse; Doe uw kracht weer ontwaken, En kom ons te hulp!
2在 以法蓮 、 便雅憫 、 瑪拿西 前面 施展你的大能,來救我們。
3O God, richt ons weer op; Laat uw aanschijn lichten, dat we worden gered!
3上帝啊,求你使我們回轉, 使你的臉發光,我們便要得救!
4God der heirscharen, Jahweh, Hoelang nog blijft Gij vergramd ondanks het gebed van uw volk!
4耶和華-萬軍之上帝啊, 你向你百姓的禱告發怒,要到幾時呢?
5Hoelang nog laat Gij ons tranenbrood eten, En tranen drinken bij stromen;
5你以眼淚當食物給他們吃, 又多量出眼淚給他們喝。
6Maakt Gij ons tot twistappel voor onze buren, En zal onze vijand de spot met ons drijven?
6你使鄰邦因我們紛爭; 我們的仇敵彼此戲笑。
7God der heirscharen, richt ons weer op; Laat uw aanschijn lichten, dat we worden gered!
7萬軍之上帝啊,求你使我們回轉, 使你的臉發光,我們便要得救!
8Een wijnstok hebt Gij uit Egypte overgebracht, Volkeren uitgetrokken, om hem te planten;
8你從 埃及 挪出一棵葡萄樹, 趕出外邦人,把這樹栽上。
9Gij hebt hem plaats gemaakt, zodat hij wortel kon schieten, En het hele land kon begroeien.
9你在這樹根前預備了 地方 , 它就深深扎根,爬滿了地。
10Zijn lommer bedekte de bergen, Zijn ranken Gods ceders;
10它的影子遮滿了山, 枝子好像佳美的香柏樹。
11Hij strekte zijn takken uit tot de Zee, Zijn loten naar de Rivier.
11它發出枝子,長到大海, 發出蔓子,延到大河。
12Maar waarom hebt Gij dan zijn omheining vernield, Zodat iedereen, die voorbij gaat, hem leeg plukt,
12你為何拆毀這樹的籬笆, 任憑一切過路的人摘取?
13Het everzwijn uit het woud hem ontwortelt, Het veldgedierte hem kaal vreet?
13林中出來的野豬把它糟踏; 野地的走獸拿它當食物。
14Jahweh der heirscharen, ach, keer toch terug, Blik neer uit de hemel, zie toe; Zoek deze wijnstok weer op,
14萬軍之上帝啊,求你回轉! 從天上垂看,眷顧這葡萄樹,
15De stek, die uw rechterhand heeft geplant!
15保護你右手所栽的 和你為自己所堅固的枝子。
16Laat, die hem als vuilnis verbranden, Vergaan voor uw dreigende blik!
16這樹已經被火焚燒,被刀砍伐; 他們因你臉上的怒容就滅亡了。
17Maar laat uw hand op de man blijven rusten, Uw rechter op het mensenkind, dat Gij groot hebt gebracht;
17願你的手扶持你右邊的人, 就是你為自己所堅固的人子。
18Laat ons toch nimmermeer van U wijken, Maar doe ons weer leven, en wij eren uw Naam!
18這樣,我們便不退後離開你; 求你救活我們,我們就要求告你的名。
19God der heirscharen, Jahweh, richt ons weer op; Laat uw aanschijn lichten, dat we worden gered!
19耶和華-萬軍之上帝啊,求你使我們回轉, 使你的臉發光,我們便要得救!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.