Psalmen 31
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Tot U neem ik mijn toevlucht, o Jahweh, Laat mij nooit beschaamd komen staan. Geef mij uitkomst door uw genade,
1耶和華啊,我投靠你; 求你使我永不羞愧; 憑你的公義搭救我!
2Hoor mij aan, en red mij snel! Wees mij een veilige rots, Een veste, om mij te redden;
2求你側耳而聽, 快快救我! 作我堅固的磐石, 拯救我的保障!
3Want Gij zijt mijn steun en mijn sterkte, Om wille van uw Naam. Gij zijt mijn gids en mijn leider,
3因為你是我的巖石,我的山寨; 所以,求你為你名的緣故引導我,指點我。
4En bevrijdt mij uit het net, dat men mij had gespannen; Want Gij zijt mijn toevlucht,
4求你救我脫離人為我暗設的網羅, 因為你是我的保障。
5In úw handen beveel ik mijn geest. Gij verlost mij, Jahweh, trouwe God,
5我將我的靈魂交在你手裏; 耶和華誠實的上帝啊,你救贖了我。
6Maar Gij haat, die op nietige afgoden hopen. Neen, ik blijf op Jahweh vertrouwen,
6我恨惡那信奉虛無 之神 的人; 我卻倚靠耶和華。
7Wil juichen en jubelen in uw genade. Want Gij ziet mijn ellende, En kent de angst van mijn ziel.
7我要為你的慈愛高興歡喜; 因為你見過我的困苦,知道我心中的艱難。
8Neen, Gij geeft mij niet prijs aan de macht van den vijand, Maar zet mijn voeten op veilige grond.
8你未曾把我交在仇敵手裏; 你使我的腳站在寬闊之處。
9Ach Jahweh, ontferm U over mij, Want het is mij zo bang om het hart; Van verdriet kwijnt mijn oog, Mijn ziel en mijn lichaam.
9耶和華啊,求你憐恤我, 因為我在急難之中; 我的眼睛因憂愁而乾癟, 連我的身心也不安舒。
10Mijn leven vliedt in jammer heen, In kermen mijn jaren; Mijn kracht is gebroken door mijn ellende, Mijn gebeente verdord.
10我的生命為愁苦所消耗; 我的年歲為歎息所曠廢。 我的力量因我的罪孽衰敗; 我的骨頭也枯乾。
11Voor al mijn vijanden Ben ik een spot; Voor mijn buren een afschuw, Voor bekenden een schrik. Die mij op straat ziet, Vlucht voor mij weg;
11我因一切敵人成了羞辱, 在我的鄰舍跟前更甚; 那認識我的都懼怕我, 在外頭看見我的都躲避我。
12Als een dode ben ik uit de harten verbannen, Weggegooid als een pot.
12我被人忘記,如同死人,無人記念; 我好像破碎的器皿。
13Ik hoor ze met elkander al fluisteren; Overal schrik om mij heen! Ze steken de hoofden bijeen, En smeden plannen, om mij te doden.
13我聽見了許多人的讒謗, 四圍都是驚嚇; 他們一同商議攻擊我的時候, 就圖謀要害我的性命。
14Maar ik blijf op U hopen, o Jahweh, En zeggen: Gij zijt mijn God!
14耶和華啊,我仍舊倚靠你; 我說:你是我的上帝。
15Mijn lot blijft in uw handen liggen; Verlos mij van mijn vijand en vervolgers.
15我終身的事在你手中; 求你救我脫離仇敵的手和那些逼迫我的人。
16Laat uw aanschijn lichten over uw dienaar; Red mij door uw genade.
16求你使你的臉光照僕人, 憑你的慈愛拯救我。
17Jahweh, laat mij toch niet beschaamd komen staan: Want U roep ik aan. Neen, laat de bozen worden beschaamd en in het dodenrijk varen;
17耶和華啊,求你叫我不致羞愧, 因為我曾呼籲你; 求你使惡人羞愧, 使他們在陰間緘默無聲。
18Laat de leugenlippen verstommen, Die den gerechte durven tergen Met trots en verachting.
18那撒謊的人逞驕傲輕慢, 出狂妄的話攻擊義人; 願他的嘴啞而無言。
19Hoe groot is uw goedheid, o Jahweh, Die Gij hebt weggelegd voor hen, die U vrezen, Die Gij bewijst aan wie tot U vluchten, Voor het oog aller mensen.
19敬畏你、投靠你的人,你為他們所積存的, 在世人面前所施行的恩惠是何等大呢!
20Gij beschermt ze in de schuts van uw aanschijn Voor het sarren der mensen; Gij stelt ze veilig in uw tent Voor het kijven der tongen.
20你必把他們藏在你面前的隱密處, 免得遇見人的計謀; 你必暗暗地保守他們在亭子裏, 免受口舌的爭鬧。
21Gezegend zij Jahweh! Want Hij heeft wonderen verricht Van zijn goedheid voor mij Ten tijde van nood.
21耶和華是應當稱頌的, 因為他在堅固城裏向我施展奇妙的慈愛。
22Ik had in mijn angst al gezegd: “Ik ben uit uw ogen verstoten!” Maar Gij hebt mijn smeken verhoord, Toen ik om hulp tot U riep.
22至於我,我曾急促地說: 我從你眼前被隔絕。 然而,我呼求你的時候, 你仍聽我懇求的聲音。
23Hebt Jahweh dus lief Gij allen, zijn vromen; Want Jahweh behoedt de getrouwen, Maar met woeker vergeldt Hij de trotsen.
23耶和華的聖民哪,你們都要愛他! 耶和華保護誠實人, 足足報應行事驕傲的人。
24Houdt moed, weest onverschrokken van hart, Gij allen, die op Jahweh hoopt!
24凡仰望耶和華的人, 你們都要壯膽,堅固你們的心!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.