Psalmen
Chapter 31
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Clementine Vulgate…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Tot U neem ik mijn toevlucht, o Jahweh, Laat mij nooit beschaamd komen staan. Geef mij uitkomst door uw genade,
1Ipsi David intellectus. [Beati quorum remissæ sunt iniquitates, et quorum tecta sunt peccata.
2Hoor mij aan, en red mij snel! Wees mij een veilige rots, Een veste, om mij te redden;
2Beatus vir cui non imputavit Dominus peccatum, nec est in spiritu ejus dolus.
3Want Gij zijt mijn steun en mijn sterkte, Om wille van uw Naam. Gij zijt mijn gids en mijn leider,
3Quoniam tacui, inveteraverunt ossa mea, dum clamarem tota die.
4En bevrijdt mij uit het net, dat men mij had gespannen; Want Gij zijt mijn toevlucht,
4Quoniam die ac nocte gravata est super me manus tua, conversus sum in ærumna mea, dum configitur spina.
5In úw handen beveel ik mijn geest. Gij verlost mij, Jahweh, trouwe God,
5Delictum meum cognitum tibi feci, et injustitiam meam non abscondi. Dixi: Confitebor adversum me injustitiam meam Domino; et tu remisisti impietatem peccati mei.
6Maar Gij haat, die op nietige afgoden hopen. Neen, ik blijf op Jahweh vertrouwen,
6Pro hac orabit ad te omnis sanctus in tempore opportuno. Verumtamen in diluvio aquarum multarum, ad eum non approximabunt.
7Wil juichen en jubelen in uw genade. Want Gij ziet mijn ellende, En kent de angst van mijn ziel.
7Tu es refugium meum a tribulatione quæ circumdedit me; exsultatio mea, erue me a circumdantibus me.
8Neen, Gij geeft mij niet prijs aan de macht van den vijand, Maar zet mijn voeten op veilige grond.
8Intellectum tibi dabo, et instruam te in via hac qua gradieris; firmabo super te oculos meos.
9Ach Jahweh, ontferm U over mij, Want het is mij zo bang om het hart; Van verdriet kwijnt mijn oog, Mijn ziel en mijn lichaam.
9Nolite fieri sicut equus et mulus, quibus non est intellectus. In camo et freno maxillas eorum constringe, qui non approximant ad te.
10Mijn leven vliedt in jammer heen, In kermen mijn jaren; Mijn kracht is gebroken door mijn ellende, Mijn gebeente verdord.
10Multa flagella peccatoris; sperantem autem in Domino misericordia circumdabit.
11Voor al mijn vijanden Ben ik een spot; Voor mijn buren een afschuw, Voor bekenden een schrik. Die mij op straat ziet, Vlucht voor mij weg;
11Lætamini in Domino, et exsultate, justi; et gloriamini, omnes recti corde.]
12Als een dode ben ik uit de harten verbannen, Weggegooid als een pot.
no verse 12 in this text
13Ik hoor ze met elkander al fluisteren; Overal schrik om mij heen! Ze steken de hoofden bijeen, En smeden plannen, om mij te doden.
no verse 13 in this text
14Maar ik blijf op U hopen, o Jahweh, En zeggen: Gij zijt mijn God!
no verse 14 in this text
15Mijn lot blijft in uw handen liggen; Verlos mij van mijn vijand en vervolgers.
no verse 15 in this text
16Laat uw aanschijn lichten over uw dienaar; Red mij door uw genade.
no verse 16 in this text
17Jahweh, laat mij toch niet beschaamd komen staan: Want U roep ik aan. Neen, laat de bozen worden beschaamd en in het dodenrijk varen;
no verse 17 in this text
18Laat de leugenlippen verstommen, Die den gerechte durven tergen Met trots en verachting.
no verse 18 in this text
19Hoe groot is uw goedheid, o Jahweh, Die Gij hebt weggelegd voor hen, die U vrezen, Die Gij bewijst aan wie tot U vluchten, Voor het oog aller mensen.
no verse 19 in this text
20Gij beschermt ze in de schuts van uw aanschijn Voor het sarren der mensen; Gij stelt ze veilig in uw tent Voor het kijven der tongen.
no verse 20 in this text
21Gezegend zij Jahweh! Want Hij heeft wonderen verricht Van zijn goedheid voor mij Ten tijde van nood.
no verse 21 in this text
22Ik had in mijn angst al gezegd: “Ik ben uit uw ogen verstoten!” Maar Gij hebt mijn smeken verhoord, Toen ik om hulp tot U riep.
no verse 22 in this text
23Hebt Jahweh dus lief Gij allen, zijn vromen; Want Jahweh behoedt de getrouwen, Maar met woeker vergeldt Hij de trotsen.
no verse 23 in this text
24Houdt moed, weest onverschrokken van hart, Gij allen, die op Jahweh hoopt!
no verse 24 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.