Psalmen 18
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Voor muziekbegeleiding. Van den Dienaar van Jahweh; van David, die tot Jahweh de woorden van dit lied heeft gericht, toen Jahweh hem had verlost uit de hand van al zijn vijanden en ook uit de hand van Saul. En hij sprak: Ik heb U lief, o Jahweh, mijn kracht;
1In finem. Psalmus David.
2Jahweh, mijn toevlucht, mijn burcht en mijn veste; Mijn God, mijn rots, waarop ik kan schuilen, Mijn schild, de hoorn van mijn heil, en mijn schutse.
2[Cæli enarrant gloriam Dei, et opera manuum ejus annuntiat firmamentum.
3Ik roep: Geprezen zij Jahweh! En ben van mijn vijand verlost.
3Dies diei eructat verbum, et nox nocti indicat scientiam.
4De branding van de dood had mij al gegrepen, De golven der onderwereld sloegen over mij heen;
4Non sunt loquelæ, neque sermones, quorum non audiantur voces eorum.
5De strikken van het dodenrijk hielden mij vast, De klemmen van de dood lagen voor mij gereed:
5In omnem terram exivit sonus eorum, et in fines orbis terræ verba eorum.
6Maar ik riep tot Jahweh in mijn nood, En schreide om hulp tot mijn God. En Hij hoorde mijn stem in zijn vorstelijke woning, Mijn hulpgeroep drong door tot zijn oren:
6In sole posuit tabernaculum suum; et ipse tamquam sponsus procedens de thalamo suo. Exsultavit ut gigas ad currendam viam;
7Daar schudde en beefde de aarde, Rilden en dreunden de fundamenten der bergen; Want Hij was in woede ontstoken,
7a summo cælo egressio ejus. Et occursus ejus usque ad summum ejus; nec est qui se abscondat a calore ejus.
8Rook steeg op uit zijn neus, Verslindend vuur spoot uit zijn mond, En gloeiende kolen spatten er uit.
8Lex Domini immaculata, convertens animas; testimonium Domini fidele, sapientiam præstans parvulis.
9Hij boog de hemel, en daalde neer, Grauwe wolken onder zijn voeten;
9Justitiæ Domini rectæ, lætificantes corda; præceptum Domini lucidum, illuminans oculos.
10Hij besteeg den Cherub en vloog in het rond, Zwevend op de windewieken.
10Timor Domini sanctus, permanens in sæculum sæculi; judicia Domini vera, justificata in semetipsa,
11Hij sloeg de duisternis als een dek om Zich heen, Donkere nevels, dreigende wolken waren zijn tent;
11desiderabilia super aurum et lapidem pretiosum multum, et dulciora super mel et favum.
12En door de gloed, die voor Hem uitging, Braakten zijn wolken hagel en vurige kolen.
12Etenim servus tuus custodit ea; in custodiendis illis retributio multa.
13En in de hemel donderde Jahweh, Verhief de Allerhoogste zijn stem;
13Delicta quis intelligit? ab occultis meis munda me;
14Hij schoot zijn pijlen en strooide ze rond, Slingerde zijn bliksems, en joeg ze uiteen.
14et ab alienis parce servo tuo. Si mei non fuerint dominati, tunc immaculatus ero, et emundabor a delicto maximo.
15Open lag de bedding der zee, Het fundament van de aarde kwam bloot: Door uw dreigen, o Jahweh, Door het snuivend gebries van uw neus.
15Et erunt ut complaceant eloquia oris mei, et meditatio cordis mei in conspectu tuo semper. Domine, adjutor meus, et redemptor meus.]
16Van boven boog Hij Zich neer, greep mij vast, En trok mij weg uit de onstuimige wateren;
no verse 16 in this text
17Hij verloste mij van mijn grimmigen vijand En van mijn haters, want ze waren te machtig.
no verse 17 in this text
18Ze waren uitgetrokken op de dag van mijn rampspoed, Maar Jahweh was mijn beschermer;
no verse 18 in this text
19Hij beveiligde mij, En bracht mij redding, omdat Hij mij liefhad.
no verse 19 in this text
20Toen werd mijn gerechtigheid door Jahweh beloond, Mijn reinheid van handen vergolden:
no verse 20 in this text
21Want ik had de wegen van Jahweh bewandeld, Niet gezondigd tegen mijn God;
no verse 21 in this text
22Ik had al zijn geboden voor ogen gehouden, Niet zijn wetten ontweken;
no verse 22 in this text
23Ik was voor Hem zonder smet, Had mij zuiver van zonde bewaard;
no verse 23 in this text
24Daarom werd mijn gerechtigheid door Jahweh beloond, En mijn reinheid van handen in zijn ogen.
no verse 24 in this text
25Want voor getrouwen toont Gij U trouw, Voor rechtschapenen rechtschapen;
no verse 25 in this text
26Rein voor den reine, Maar voor de listigaards listig.
no verse 26 in this text
27Ja, Gij redt het deemoedige volk, Maar vernedert hovaardige blikken;
no verse 27 in this text
28Gij zijt, o Jahweh, mijn lamp, Mijn God, die licht in mijn duisternis straalt;
no verse 28 in this text
29Met U durf ik de stormloop beginnen, Met mijn God de wallen bespringen.
no verse 29 in this text
30God! Volmaakt zijn zijn wegen, Jahweh’s woord is gelouterd. Hij is voor allen een schild, Die vluchten tot Hem.
no verse 30 in this text
31Wie toch is God, dan Jahweh alleen; Wie een rots, dan alleen onze God!
no verse 31 in this text
32God! Hij omgordt mij met kracht, En baant mij een veilige weg;
no verse 32 in this text
33Hij maakt mijn voeten vlug als hinden, En doet mij de hoogste toppen beklimmen;
no verse 33 in this text
34Hij oefent mijn handen ten strijde, Mijn armen tot het spannen van de koperen boog.
no verse 34 in this text
35Zo hebt Gij mij het schild van uw heil gereikt; Uw rechterhand heeft mij gestut, uw goedheid maakte mij groot.
no verse 35 in this text
36Gij hebt een weg voor mijn stappen gebaand, En mijn voeten wankelden niet.
no verse 36 in this text
37Ik vervolgde mijn vijanden, haalde ze in, En keerde niet terug, eer ik ze had verslagen;
no verse 37 in this text
38Ik heb ze verpletterd, zodat ze niet opstaan, Maar onder mijn voet blijven liggen.
no verse 38 in this text
39Gij hebt mij met kracht omgord tot de strijd, Mijn tegenstanders voor mij doen bukken;
no verse 39 in this text
40Gij liet mij de rug van mijn vijanden zien, Mijn haters heb ik verdelgd.
no verse 40 in this text
41Nu huilen ze, maar niemand helpt: Tot Jahweh zelfs, maar Hij antwoordt hun niet;
no verse 41 in this text
42Ik vermaal ze als stof voor de wind, En vertrap ze als slijk op de straten.
no verse 42 in this text
43Gij hebt mij gered uit de strijd met de volkeren, En mij aan het hoofd van de naties gesteld:
no verse 43 in this text
44Volkeren, die ik niet kende, werden mij dienstbaar, Vreemden brachten mij hulde; Nauwelijks hadden ze van mij gehoord, Of ze gehoorzaamden mij;
no verse 44 in this text
45Anderen lagen uitgeput neer, En kropen sidderend uit hun burchten.
no verse 45 in this text
46Leve Jahweh! Gezegend mijn Rots; Hoogverheven de God van mijn heil!
no verse 46 in this text
47Gij hebt mij gewroken, o God, Volkeren aan mij onderworpen;
no verse 47 in this text
48Mij van mijn grimmigen vijand verlost, Zege over mijn bestrijders verleend, mij van geweldenaars bevrijd!
no verse 48 in this text
49Daarom wil ik U prijzen, o Jahweh, Uw Naam verheerlijken onder de volken!
no verse 49 in this text
50Machtige hulp verleent Hij zijn Koning, En genade aan zijn Gezalfde: Aan David en zijn geslacht voor altijd!
no verse 50 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.