Psalmen 145
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Een loflied van David. Ik wil U verheffen, mijn God en mijn Koning Uw Naam in eeuwigheid loven;
1Alleluja, Aggæi et Zachariæ.
2Ik wil U zegenen iedere dag, Uw Naam verheerlijken voor altijd en eeuwig.
2[Lauda, anima mea, Dominum. Laudabo Dominum in vita mea; psallam Deo meo quamdiu fuero. Nolite confidere in principibus,
3Groot is Jahweh, en hooggeprezen, Zijn majesteit is niet te doorgronden!
3in filiis hominum, in quibus non est salus.
4Van geslacht tot geslacht zal men uw werken verheffen, En uw machtige daden vermelden;
4Exibit spiritus ejus, et revertetur in terram suam; in illa die peribunt omnes cogitationes eorum.
5Van de heerlijke luister van uw Majesteit spreken, En uw wonderen bezingen;
5Beatus cujus Deus Jacob adjutor ejus, spes ejus in Domino Deo ipsius:
6Van de macht uwer ontzaglijke daden gewagen, En uw grootheid verkonden!
6qui fecit cælum et terram, mare, et omnia quæ in eis sunt.
7Men zal de roem van uw onmetelijke goedheid verbreiden, En over uw goedertierenheid jubelen:
7Qui custodit veritatem in sæculum; facit judicium injuriam patientibus; dat escam esurientibus. Dominus solvit compeditos;
8“Genadig en barmhartig is Jahweh, Lankmoedig, vol goedheid;
8Dominus illuminat cæcos. Dominus erigit elisos; Dominus diligit justos.
9Goedertieren is Jahweh voor allen, Zijn barmhartigheid strekt zich over al zijn schepselen uit!”
9Dominus custodit advenas, pupillum et viduam suscipiet, et vias peccatorum disperdet.
10Al uw werken zullen U loven, o Jahweh, En uw vromen zullen U prijzen;
10Regnabit Dominus in sæcula; Deus tuus, Sion, in generationem et generationem.]
11Ze zullen de glorie van uw Koningschap roemen, En uw almacht verkonden:
no verse 11 in this text
12Om de kinderen der mensen uw kracht te doen kennen, En de heerlijke glans van uw Rijk.
no verse 12 in this text
13Uw Koningschap is een koningschap voor alle eeuwen, Uw heerschappij blijft van geslacht tot geslacht! Trouw is Jahweh in al zijn beloften, En in al zijn werken vol goedheid.
no verse 13 in this text
14Jahweh stut die dreigen te vallen, En die gebukt gaan, richt Hij weer op.
no verse 14 in this text
15Aller ogen zien naar U uit, Gij geeft voedsel aan allen, elk op zijn tijd;
no verse 15 in this text
16Gij opent uw handen, En verzadigt naar hartelust al wat leeft!
no verse 16 in this text
17Goedertieren is Jahweh in al zijn wegen, En in al zijn werken vol liefde.
no verse 17 in this text
18Jahweh is allen, die Hem roepen, nabij: Allen, die oprecht tot Hem bidden.
no verse 18 in this text
19Hij vervult de wensen van hen, die Hem vrezen; Hij hoort hun smeken, en komt ze te hulp.
no verse 19 in this text
20Jahweh behoedt wie Hem liefheeft, Maar vernielt alle bozen!
no verse 20 in this text
21Mijn mond zal de lof van Jahweh verkonden; Alle vlees zijn heilige Naam zegenen voor eeuwig!
no verse 21 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.