Psalmen 44
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Voor muziekbegeleiding. Van de zonen van Kore; een leerdicht. O God, wij hebben het met eigen oren gehoord, Onze vaderen hebben het ons verteld, Wat Gij gedaan hebt in hun dagen, Met eigen hand in vroeger tijd.
1In finem, pro iis qui commutabuntur. Filiis Core, ad intellectum. Canticum pro dilecto.
2Naties hebt Gij uitgeroeid om hèn te planten, Volkeren geveld, om hèn te doen groeien.
2[Eructavit cor meum verbum bonum: dico ego opera mea regi. Lingua mea calamus scribæ velociter scribentis.
3Neen, niet met hun zwaard namen zij bezit van het Land, Niet hun arm bracht hun zege: Maar het was uw rechterhand en uw arm En het licht van uw aanschijn, omdat Gij ze lief hadt.
3Speciosus forma præ filiis hominum, diffusa est gratia in labiis tuis: propterea benedixit te Deus in æternum.
4Gij waart het, mijn Koning en God, Die Jakob de zege verleende;
4Accingere gladio tuo super femur tuum, potentissime.
5Met úw hulp sloegen wij onze vijanden neer, Door úw Naam trapten wij onze haters tegen de grond;
5Specie tua et pulchritudine tua intende, prospere procede, et regna, propter veritatem, et mansuetudinem, et justitiam; et deducet te mirabiliter dextera tua.
6Neen, ik heb niet vertrouwd op mijn boog, En mijn zwaard kon de zege niet schenken.
6Sagittæ tuæ acutæ: populi sub te cadent, in corda inimicorum regis.
7Maar Gij hebt ons van onze verdrukkers verlost, En onze haters te schande gemaakt;
7Sedes tua, Deus, in sæculum sæculi; virga directionis virga regni tui.
8In God mochten we steeds blijven roemen, En uw Naam in eeuwigheid prijzen!
8Dilexisti justitiam, et odisti iniquitatem; propterea unxit te Deus, Deus tuus, oleo lætitiæ, præ consortibus tuis.
9Maar nú hebt Gij ons verstoten, ons te schande gemaakt, En trekt niet meer met onze heirscharen op;
9Myrrha, et gutta, et casia a vestimentis tuis, a domibus eburneis; ex quibus delectaverunt te
10Gij laat ons vluchten voor onze verdrukkers, En onze haters roven ons leeg!
10filiæ regum in honore tuo. Astitit regina a dextris tuis in vestitu deaurato, circumdata varietate.
11Gij levert ons als slachtvee uit, En verstrooit ons onder de naties;
11Audi, filia, et vide, et inclina aurem tuam; et obliviscere populum tuum, et domum patris tui.
12Verkoopt uw volk voor een spotprijs, En geeft het bijna voor niet!
12Et concupiscet rex decorem tuum, quoniam ipse est Dominus Deus tuus, et adorabunt eum.
13Gij maakt ons tot smaad onzer buren, Tot spot en hoon voor die ons omringen;
13Et filiæ Tyri in muneribus vultum tuum deprecabuntur; omnes divites plebis.
14Gij laat de heidenen over ons schimpen, De volkeren meewarig het hoofd over ons schudden.
14Omnis gloria ejus filiæ regis ab intus, in fimbriis aureis,
15Mijn schande staat mij altijd voor ogen, En de schaamte bedekt mijn gelaat,
15circumamicta varietatibus. Adducentur regi virgines post eam; proximæ ejus afferentur tibi.
16Om de praatjes van schimper en spotter, Om de blik van vijand en hater.
16Afferentur in lætitia et exsultatione; adducentur in templum regis.
17En dit alles trof ons, ofschoon wij U niet hebben vergeten, En uw Verbond niet hebben verbroken.
17Pro patribus tuis nati sunt tibi filii; constitues eos principes super omnem terram.
18Ons hart is niet afvallig geworden, Onze schreden dwaalden niet af van uw pad;
18Memores erunt nominis tui in omni generatione et generationem: propterea populi confitebuntur tibi in æternum, et in sæculum sæculi.]
19Toch hebt Gij ons naar het oord der jakhalzen verwezen, En ons met de schaduw des doods overdekt.
no verse 19 in this text
20Of, hadden wij de Naam van onzen God soms vergeten, Onze handen naar vreemde goden geheven:
no verse 20 in this text
21Zou God het misschien niet hebben geweten, Hij, die de hartsgeheimen doorgrondt?
no verse 21 in this text
22Neen, om Uwentwil blijft men ons wurgen, En worden wij als slachtvee behandeld!
no verse 22 in this text
23Sta op dan; waarom zoudt Gij slapen, o Heer! Ontwaak; blijf ons niet altijd verstoten!
no verse 23 in this text
24Waarom zoudt Gij uw aanschijn verbergen, Onze nood en ellende vergeten?
no verse 24 in this text
25Want onze ziel ligt gebukt in het stof, En ons lichaam kleeft vast aan de grond.
no verse 25 in this text
26Sta op, ons te hulp! Red ons om wille van uw genade!
no verse 26 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.