Psalmen 33
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Gij rechtvaardigen, heft Jahweh een jubelzang aan; De psalm is een lust voor de vromen!
1Davidi, cum immutavit vultum suum coram Achimelech, et dimisit eum, et abiit.
2Looft Jahweh met citers, Bespeelt voor Hem de tiensnarige harp;
2[Benedicam Dominum in omni tempore; semper laus ejus in ore meo.
3Stemt een nieuw lied voor Hem aan, Tokkelt de lieren, lustig en luid!
3In Domino laudabitur anima mea: audiant mansueti, et lætentur.
4Want Jahweh’s woord is waarachtig, Onveranderlijk al zijn daden.
4Magnificate Dominum mecum, et exaltemus nomen ejus in idipsum.
5Gerechtigheid en recht heeft Hij lief; Van Jahweh’s goedheid is de aarde vol.
5Exquisivi Dominum, et exaudivit me; et ex omnibus tribulationibus meis eripuit me.
6Door het woord van Jahweh zijn de hemelen gemaakt, Door de adem van zijn mond heel hun heir;
6Accedite ad eum, et illuminamini; et facies vestræ non confundentur.
7Hij verzamelde het water der zee in een zak, Legde de oceanen in schuren op.
7Iste pauper clamavit, et Dominus exaudivit eum, et de omnibus tribulationibus ejus salvavit eum.
8Heel de aarde moet Jahweh vrezen, Al de bewoners der wereld Hem duchten.
8Immittet angelus Domini in circuitu timentium eum, et eripiet eos.
9Want Hij sprak: en het was; Hij gebood: en het stond.
9Gustate et videte quoniam suavis est Dominus; beatus vir qui sperat in eo.
10De raadslagen der volken gooit Jahweh omver, Hij verijdelt de plannen der naties;
10Timete Dominum, omnes sancti ejus, quoniam non est inopia timentibus eum.
11Maar Jahweh’s raadsbesluit staat in eeuwigheid vast: Wat zijn hart heeft bedacht, van geslacht tot geslacht.
11Divites eguerunt, et esurierunt; inquirentes autem Dominum non minuentur omni bono.
12Gelukkig de natie, die Jahweh tot God heeft, Het volk, dat Hij Zich tot erfdeel verkoos!
12Venite, filii; audite me: timorem Domini docebo vos.
13Jahweh ziet neer uit de hemel, Richt zijn blik op alle kinderen der mensen.
13Quis est homo qui vult vitam; diligit dies videre bonos?
14Hij let van de plaats, waar Hij troont, Op alle bewoners der aarde:
14Prohibe linguam tuam a malo, et labia tua ne loquantur dolum.
15Hij, die aller hart heeft geschapen, En al hun daden doorgrondt.
15Diverte a malo, et fac bonum; inquire pacem, et persequere eam.
16Geen koning overwint door de macht van zijn heir, Geen held wordt gered door geweldige kracht;
16Oculi Domini super justos, et aures ejus in preces eorum.
17Ook het ros kan de zege niet schenken, Door zijn grote snelheid niet redden.
17Vultus autem Domini super facientes mala, ut perdat de terra memoriam eorum.
18Maar het oog van Jahweh rust op hen, die Hem vrezen, En die op zijn goedheid vertrouwen:
18Clamaverunt justi, et Dominus exaudivit eos; et ex omnibus tribulationibus eorum liberavit eos.
19Om ze te redden van de dood, Ze in het leven te houden bij hongersnood.
19Juxta est Dominus iis qui tribulato sunt corde, et humiles spiritu salvabit.
20Onze ziel blijft opzien tot Jahweh: Hij is onze hulp en ons schild;
20Multæ tribulationes justorum; et de omnibus his liberabit eos Dominus.
21In Hem verheugt zich ons hart, Wij vertrouwen op zijn heilige Naam.
21Custodit Dominus omnia ossa eorum: unum ex his non conteretur.
22Uw genade, o Jahweh, dale over ons neer, Naarmate wij op U blijven hopen!
22Mors peccatorum pessima; et qui oderunt justum delinquent.
no verse 23 in this text
23Redimet Dominus animas servorum suorum, et non delinquent omnes qui sperant in eo.]
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.