Psalmen 111
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Halleluja! Ik wil Jahweh loven met heel mijn hart In de kring en de gemeente der vromen:
1Alleluja, reversionis Aggæi et Zachariæ. [Beatus vir qui timet Dominum: in mandatis ejus volet nimis.
2Groot zijn de werken van Jahweh, En door allen gezocht, die hun vreugd erin vinden.
2Potens in terra erit semen ejus; generatio rectorum benedicetur.
3Zijn daden stralen van glorie en luister, En zijn gerechtigheid houdt eeuwig stand.
3Gloria et divitiæ in domo ejus, et justitia ejus manet in sæculum sæculi.
4Door zijn wonderen heeft Hij het in de herinnering gegrift: “Genadig en barmhartig is Jahweh!”
4Exortum est in tenebris lumen rectis: misericors, et miserator, et justus.
5Hij gaf voedsel aan hen, die Hem vreesden, En bleef zijn Verbond voor eeuwig indachtig;
5Jucundus homo qui miseretur et commodat; disponet sermones suos in judicio:
6Hij heeft zijn volk zijn machtige daden getoond, Door hun het erfdeel der heidenen te schenken.
6quia in æternum non commovebitur.
7Waarheid en recht zijn het werk zijner handen, Onveranderlijk al zijn geboden:
7In memoria æterna erit justus; ab auditione mala non timebit. Paratum cor ejus sperare in Domino,
8Onwrikbaar voor altijd en eeuwig, Gedragen door trouw en door recht.
8confirmatum est cor ejus; non commovebitur donec despiciat inimicos suos.
9Hij heeft zijn volk verlossing gebracht, Zijn Verbond voor eeuwig bekrachtigd; Heilig, ontzaglijk is zijn Naam!
9Dispersit, dedit pauperibus; justitia ejus manet in sæculum sæculi: cornu ejus exaltabitur in gloria.
10Het begin van de wijsheid is de vreze van Jahweh, En die haar beoefent, zal helder inzicht bekomen; Voor eeuwig zij Hij geprezen!
10Peccator videbit, et irascetur; dentibus suis fremet et tabescet: desiderium peccatorum peribit.]
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.