Psalmen 97
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Jahweh is Koning! Laat de aarde jubelen, De ontelbare eilanden juichen!
1Psalmus ipsi David. [Cantate Domino canticum novum, quia mirabilia fecit. Salvavit sibi dextera ejus, et brachium sanctum ejus.
2Donkere wolken pakken zich om Hem heen, Recht en gerechtigheid schragen zijn troon.
2Notum fecit Dominus salutare suum; in conspectu gentium revelavit justitiam suam.
3Vuur gaat voor zijn aangezicht uit, En het vlamt om zijn schreden;
3Recordatus est misericordiæ suæ, et veritatis suæ domui Israël. Viderunt omnes termini terræ salutare Dei nostri.
4Zijn bliksems verlichten de wereld, De aarde ziet het, en beeft!
4Jubilate Deo, omnis terra; cantate, et exsultate, et psallite.
5De bergen smelten als was voor het aanschijn van Jahweh, Voor den Heer van de volheid der aarde;
5Psallite Domino in cithara; in cithara et voce psalmi;
6De hemelen kondigen zijn gerechtigheid aan, Alle volken aanschouwen zijn glorie.
6in tubis ductilibus, et voce tubæ corneæ. Jubilate in conspectu regis Domini:
7Alle beeldenaanbidders worden te schande, Die zich op hun goden beroemen; En diep in het stof werpen alle afgoden Zich voor Hem neer.
7moveatur mare, et plenitudo ejus; orbis terrarum, et qui habitant in eo.
8Sion hoort het vol vreugde, Juda’s dochteren juichen, Jahweh, om uw gericht;
8Flumina plaudent manu; simul montes exsultabunt
9Want Gij zijt de Allerhoogste op heel de aarde, o Jahweh, Hoog boven alle goden verheven!
9a conspectu Domini: quoniam venit judicare terram. Judicabit orbem terrarum in justitia, et populos in æquitate.]
10Jahweh heeft lief Die de ongerechtigheid haat; Hij behoedt het leven van zijn getrouwen, En redt ze uit de handen der bozen.
no verse 10 in this text
11Een licht straalt over de rechtvaardigen uit, En blijdschap over de oprechten van hart;
no verse 11 in this text
12De vromen zullen zich in Jahweh verheugen, En loven zijn heilige Naam!
no verse 12 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.