Psalmen 133
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Een bedevaartslied. Van David. Zie, hoe goed en lieflijk het is, Als broeders eendrachtig samen zijn:
1Canticum graduum. [Ecce nunc benedicite Dominum, omnes servi Domini: qui statis in domo Domini, in atriis domus Dei nostri.
2Het is als kostelijke balsem op het hoofd, Die afdruipt op de baard; Als de baard van Aäron, Die neergolft over de hals van zijn kleed;
2In noctibus extollite manus vestras in sancta, et benedicite Dominum.
3Als de dauw van de Hermon, Die neerslaat op de bergen van Sion! Want daar geeft Jahweh zijn zegen, En leven tot in eeuwigheid!
3Benedicat te Dominus ex Sion, qui fecit cælum et terram.]
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.