Psalmen 62
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Voor muziekbegeleiding; voor Jedoetoen. Een psalm van David. Vertrouw rustig op God, mijn ziel, Want van Hem komt mijn heil;
1Psalmus David, cum esset in deserto Idumææ.
2Hij alleen is mijn rots en mijn redding, Mijn toevlucht: nooit zal ik wankelen!
2[Deus, Deus meus, ad te de luce vigilo. Sitivit in te anima mea; quam multipliciter tibi caro mea !
3Hoe lang nog stormt gij op een ander los, En stoot hem met u allen omver Als een hellende wand, Of een vallende muur?
3In terra deserta, et invia, et inaquosa, sic in sancto apparui tibi, ut viderem virtutem tuam et gloriam tuam.
4Ze leggen het op zijn ondergang aan, En liegen er op los, om hem in het ongeluk te storten; Ze zegenen wel met hun mond, Maar vervloeken met hun hart.
4Quoniam melior est misericordia tua super vitas, labia mea laudabunt te.
5Vertrouw rustig op God, mijn ziel, Want van Hem komt mijn heil;
5Sic benedicam te in vita mea, et in nomine tuo levabo manus meas.
6Hij alleen is mijn rots en mijn redding, Mijn toevlucht: nooit zal ik wankelen!
6Sicut adipe et pinguedine repleatur anima mea, et labiis exsultationis laudabit os meum.
7Bij God is mijn heil en mijn eer, God is mijn sterkte en mijn stut.
7Si memor fui tui super stratum meum, in matutinis meditabor in te.
8Blijf altijd op God vertrouwen, mijn volk, Stort uw hart voor Hem uit: onze toevlucht is God!
8Quia fuisti adjutor meus, et in velamento alarum tuarum exsultabo.
9Maar de mens is enkel een zucht, De kinderen der mensen een leugen; In de weegschaal gaan ze allen omhoog, Ze zijn lichter dan lucht. Vertrouw rustig op God, mijn ziel, Want van Hem komt mijn heil; Hij alleen is mijn rots en mijn redding, Mijn toevlucht: nooit zal ik wankelen!
9Adhæsit anima mea post te; me suscepit dextera tua.
10Ook in afpersing stelt geen vertrouwen. Op diefstal geen ijdele hoop; En als de rijkdom vermeerdert, Hecht uw hart er niet aan.
10Ipsi vero in vanum quæsierunt animam meam: introibunt in inferiora terræ;
11Eén woord heeft God gesproken, En deze twee heb ik gehoord: Bij God is de macht;
11tradentur in manus gladii: partes vulpium erunt.
12bij U de genade, o Heer! En: Gij vergeldt iedereen naar zijn werken!
12Rex vero lætabitur in Deo; laudabuntur omnes qui jurant in eo: quia obstructum est os loquentium iniqua.]
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.